BWBR0045606
Geldig vanaf 2025-06-11
Artikel 4
Regeling aanvullende bekostiging nieuwe scholen en samenvoeging vo
1. De minister verstrekt aan een nieuwe school in het eerste kalenderjaar waarin de school bekostiging als bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, onderdeel b, van de wetontvangt ambtshalve een aanvullende bekostiging ter hoogte van:
a. 2,5 keer het vaste bedrag voor de hoofdvestiging van een school, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de Regeling bekostiging vo-scholen en samenwerkingsverbanden vo, als het aantal leerlingen op 1 oktober voorafgaand aan dat kalenderjaar minder is dan 130 of, indien sprake is van een school voor praktijkonderwijs, minder is dan 60; of
b. 1,5 keer het vaste bedrag voor de hoofdvestiging van een school, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de Regeling bekostiging vo-scholen en samenwerkingsverbanden vo, als het aantal leerlingen op 1 oktober voorafgaand aan dat kalenderjaar 130 of meer is of, indien sprake is van een school voor praktijkonderwijs, 60 of meer is.
2. De minister verstrekt aan een nieuwe school in het tweede kalenderjaar waarin de school bekostiging als bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, onderdeel b, van de wetontvangt ambtshalve een aanvullende bekostiging ter hoogte van:
a. twee keer het vaste bedrag voor de hoofdvestiging van een school, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de Regeling bekostiging vo-scholen en samenwerkingsverbanden vo, als het aantal leerlingen op 1 oktober voorafgaand aan dat kalenderjaar minder is dan 130 of, indien sprake is van een school voor praktijkonderwijs, minder is dan 60; of
b. één keer het vaste bedrag voor de hoofdvestiging van een school, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de Regeling bekostiging vo-scholen en samenwerkingsverbanden vo, als het aantal leerlingen op 1 oktober voorafgaand aan dat kalenderjaar 130 of meer is of, indien sprake is van een school voor praktijkonderwijs, 60 of meer is.
3. De minister verstrekt aan een nieuwe school vanaf het derde kalenderjaar waarin de school bekostiging als bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, onderdeel b, van de wetontvangt tot het kalenderjaar waarin de school volgroeid is ambtshalve een aanvullende bekostiging ter hoogte van de helft van het vaste bedrag voor de hoofdvestiging van een school, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de Regeling bekostiging vo-scholen en samenwerkingsverbanden vo.
4. De minister stelt de aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, uiterlijk in de maand april van het jaar waarop de bekostiging betrekking heeft vast. De aanvullende bekostiging wordt betaald in maandelijkse termijnen van gelijke omvang. Bij de eerste betaling wordt rekening gehouden met het moment van vaststellen. In de maand waarop de vaststelling en de eerste betaling plaatsvindt wordt ook de bekostiging van de eventueel voorafgaande maand of maanden betaald.
5. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste, tweede, en derde lid, wordt indien van toepassing uiterlijk in de maand december van het jaar waarop de bekostiging betrekking heeft gewijzigd vastgesteld op basis van het door de accountant gevalideerde aantal leerlingen dat op 1 oktober in het voorafgaande kalenderjaar stond ingeschreven bij de school of op grond van prijsbijstellingen.
a. 2,5 keer het vaste bedrag voor de hoofdvestiging van een school, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de Regeling bekostiging vo-scholen en samenwerkingsverbanden vo, als het aantal leerlingen op 1 oktober voorafgaand aan dat kalenderjaar minder is dan 130 of, indien sprake is van een school voor praktijkonderwijs, minder is dan 60; of
b. 1,5 keer het vaste bedrag voor de hoofdvestiging van een school, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de Regeling bekostiging vo-scholen en samenwerkingsverbanden vo, als het aantal leerlingen op 1 oktober voorafgaand aan dat kalenderjaar 130 of meer is of, indien sprake is van een school voor praktijkonderwijs, 60 of meer is.
2. De minister verstrekt aan een nieuwe school in het tweede kalenderjaar waarin de school bekostiging als bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, onderdeel b, van de wetontvangt ambtshalve een aanvullende bekostiging ter hoogte van:
a. twee keer het vaste bedrag voor de hoofdvestiging van een school, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de Regeling bekostiging vo-scholen en samenwerkingsverbanden vo, als het aantal leerlingen op 1 oktober voorafgaand aan dat kalenderjaar minder is dan 130 of, indien sprake is van een school voor praktijkonderwijs, minder is dan 60; of
b. één keer het vaste bedrag voor de hoofdvestiging van een school, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de Regeling bekostiging vo-scholen en samenwerkingsverbanden vo, als het aantal leerlingen op 1 oktober voorafgaand aan dat kalenderjaar 130 of meer is of, indien sprake is van een school voor praktijkonderwijs, 60 of meer is.
3. De minister verstrekt aan een nieuwe school vanaf het derde kalenderjaar waarin de school bekostiging als bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, onderdeel b, van de wetontvangt tot het kalenderjaar waarin de school volgroeid is ambtshalve een aanvullende bekostiging ter hoogte van de helft van het vaste bedrag voor de hoofdvestiging van een school, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de Regeling bekostiging vo-scholen en samenwerkingsverbanden vo.
4. De minister stelt de aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, uiterlijk in de maand april van het jaar waarop de bekostiging betrekking heeft vast. De aanvullende bekostiging wordt betaald in maandelijkse termijnen van gelijke omvang. Bij de eerste betaling wordt rekening gehouden met het moment van vaststellen. In de maand waarop de vaststelling en de eerste betaling plaatsvindt wordt ook de bekostiging van de eventueel voorafgaande maand of maanden betaald.
5. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste, tweede, en derde lid, wordt indien van toepassing uiterlijk in de maand december van het jaar waarop de bekostiging betrekking heeft gewijzigd vastgesteld op basis van het door de accountant gevalideerde aantal leerlingen dat op 1 oktober in het voorafgaande kalenderjaar stond ingeschreven bij de school of op grond van prijsbijstellingen.