BWBR0045606
Geldig vanaf 2025-06-11
Artikel 3
Regeling aanvullende bekostiging nieuwe scholen en samenvoeging vo
1. De minister verstrekt aan een nieuwe school ambtshalve aanvullende bekostiging over de eerste vijf maanden van het eerste schooljaar. De bekostiging wordt berekend op basis van de prognose van het aantal leerlingen per 1 oktober volgend op de feitelijke start per 1 augustus van het eerste schooljaar.
2. De aanvullende bekostiging bestaat uit:
a. het bedrag voor de hoofdvestiging van een school, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de Regeling bekostiging vo-scholen en samenwerkingsverbanden vo; en
b. per geprognosticeerde leerling 5/12de van het bedrag, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, van de Regeling bekostiging vo-scholen en samenwerkingsverbanden vo of, indien het een leerling betreft die praktijkonderwijs volgt, 5/12de van het bedrag, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, van de Regeling bekostiging vo-scholen en samenwerkingsverbanden vo.
3. De minister betaalt de aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, in vijf gelijke maandelijkse termijnen vanaf de maand augustus.
4. De aanvullende bekostiging wordt in december van het eerste schooljaar gewijzigd vastgesteld op basis van de voorlopige telling van het werkelijk aantal leerlingen op 1 oktober en uiterlijk in de maand december van het tweede schooljaar nader gewijzigd vastgesteld op basis van het door de accountant goedgekeurde aantal leerlingen dat op 1 oktober in het eerste schooljaar stond ingeschreven bij de school.
5. Het eerste tot en met vierde lid, met uitzondering van het tweede lid, onderdeel a, zijn van overeenkomstige toepassing op een school als bedoeld in artikel 4.3, tweede lid, van de wet.
2. De aanvullende bekostiging bestaat uit:
a. het bedrag voor de hoofdvestiging van een school, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de Regeling bekostiging vo-scholen en samenwerkingsverbanden vo; en
b. per geprognosticeerde leerling 5/12de van het bedrag, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, van de Regeling bekostiging vo-scholen en samenwerkingsverbanden vo of, indien het een leerling betreft die praktijkonderwijs volgt, 5/12de van het bedrag, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, van de Regeling bekostiging vo-scholen en samenwerkingsverbanden vo.
3. De minister betaalt de aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, in vijf gelijke maandelijkse termijnen vanaf de maand augustus.
4. De aanvullende bekostiging wordt in december van het eerste schooljaar gewijzigd vastgesteld op basis van de voorlopige telling van het werkelijk aantal leerlingen op 1 oktober en uiterlijk in de maand december van het tweede schooljaar nader gewijzigd vastgesteld op basis van het door de accountant goedgekeurde aantal leerlingen dat op 1 oktober in het eerste schooljaar stond ingeschreven bij de school.
5. Het eerste tot en met vierde lid, met uitzondering van het tweede lid, onderdeel a, zijn van overeenkomstige toepassing op een school als bedoeld in artikel 4.3, tweede lid, van de wet.