BWBR0045606
Geldig vanaf 2025-06-11
Artikel 6
Regeling aanvullende bekostiging nieuwe scholen en samenvoeging vo
1. De minister verstrekt, in het eerste kalenderjaar na de samenvoeging, aanvullende bekostiging aan het bevoegd gezag van een school, die met ingang van 1 augustus 2022 of later is ontstaan uit samenvoeging van twee of meer zelfstandige scholen of scholengemeenschappen berekend op grond van het derde lid.
2. De minister verstrekt aan het bevoegd gezag in het tweede, derde, vierde en vijfde kalenderjaar na de samenvoeging respectievelijk 80 procent, 60 procent, 40 procent en 20 procent van de aanvullende bekostiging, berekend op grond van het derde lid. De hoogte van de aanvullende bekostiging wordt jaarlijks aangepast aan de loon- en prijsontwikkeling in de bekostiging.
3. De aanvullende bekostiging is voor het eerste kalenderjaar na samenvoeging gelijk aan X-Y, waarin:
X = de som van de bekostiging van alle bij de samenvoeging betrokken scholen, berekend op grond van artikel 5.4, eerste lid, onderdeel a, van de wetin het kalenderjaar na de samenvoeging, wanneer de samenvoeging niet zou hebben plaatsgevonden, en
Y = de bekostiging van de samengevoegde school, berekend op grond van artikel 5.4, eerste lid, onderdeel a, van de wetin het kalenderjaar na de samenvoeging.
4. In afwijking van het eerste lid komt een bevoegd gezag niet in aanmerking voor aanvullende bekostiging als op 1 augustus gelijktijdig met de samenvoeging één of meer van de bij de samenvoeging betrokken scholengemeenschappen tevens is betrokken bij een splitsing en er daarbij geen volledige scholengemeenschap wordt opgeheven.
5. Indien er wel een volledige scholengemeenschap wordt opgeheven is de aanvullende bekostiging voor het eerste kalenderjaar na samenvoeging gelijk aan de bekostiging van de opgeheven scholengemeenschap, berekend op grond van artikel 5.4, eerste lid, onderdeel a, van de wetin het kalenderjaar na de samenvoeging, wanneer de samenvoeging niet zou hebben plaatsgevonden. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het derde lid, wordt in dit geval in gelijke delen verdeeld over de uit de samenvoeging resulterende scholen. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op de aanvullende bekostiging op grond van dit lid.
6. De aanvullende bekostiging wegens samenvoeging vervalt volledig indien een school, die is ontstaan uit een samenvoeging als bedoeld in het eerste lid, binnen vijf jaar een splitsing ondergaat. Dit geldt ook voor de eventuele aanvullende bekostiging in verband met een eerdere samenvoeging.
7. De minister beschikt en betaalt de aanvullende bekostiging voor 1 april van het kalenderjaar waarop de aanvullende bekostiging betrekking heeft. De betaling vindt plaats in één termijn.
2. De minister verstrekt aan het bevoegd gezag in het tweede, derde, vierde en vijfde kalenderjaar na de samenvoeging respectievelijk 80 procent, 60 procent, 40 procent en 20 procent van de aanvullende bekostiging, berekend op grond van het derde lid. De hoogte van de aanvullende bekostiging wordt jaarlijks aangepast aan de loon- en prijsontwikkeling in de bekostiging.
3. De aanvullende bekostiging is voor het eerste kalenderjaar na samenvoeging gelijk aan X-Y, waarin:
X = de som van de bekostiging van alle bij de samenvoeging betrokken scholen, berekend op grond van artikel 5.4, eerste lid, onderdeel a, van de wetin het kalenderjaar na de samenvoeging, wanneer de samenvoeging niet zou hebben plaatsgevonden, en
Y = de bekostiging van de samengevoegde school, berekend op grond van artikel 5.4, eerste lid, onderdeel a, van de wetin het kalenderjaar na de samenvoeging.
4. In afwijking van het eerste lid komt een bevoegd gezag niet in aanmerking voor aanvullende bekostiging als op 1 augustus gelijktijdig met de samenvoeging één of meer van de bij de samenvoeging betrokken scholengemeenschappen tevens is betrokken bij een splitsing en er daarbij geen volledige scholengemeenschap wordt opgeheven.
5. Indien er wel een volledige scholengemeenschap wordt opgeheven is de aanvullende bekostiging voor het eerste kalenderjaar na samenvoeging gelijk aan de bekostiging van de opgeheven scholengemeenschap, berekend op grond van artikel 5.4, eerste lid, onderdeel a, van de wetin het kalenderjaar na de samenvoeging, wanneer de samenvoeging niet zou hebben plaatsgevonden. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het derde lid, wordt in dit geval in gelijke delen verdeeld over de uit de samenvoeging resulterende scholen. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op de aanvullende bekostiging op grond van dit lid.
6. De aanvullende bekostiging wegens samenvoeging vervalt volledig indien een school, die is ontstaan uit een samenvoeging als bedoeld in het eerste lid, binnen vijf jaar een splitsing ondergaat. Dit geldt ook voor de eventuele aanvullende bekostiging in verband met een eerdere samenvoeging.
7. De minister beschikt en betaalt de aanvullende bekostiging voor 1 april van het kalenderjaar waarop de aanvullende bekostiging betrekking heeft. De betaling vindt plaats in één termijn.