BWBR0044882
Geldig vanaf 2021-04-01
Artikel 42
Subsidieregeling coöperatieve energieopwekking
1. Het voorschot wordt in maandelijkse bedragen uitbetaald.
2. Het maandelijkse bedrag bedraagt één-twaalfde van 80% van het product van:
a. het in de beschikking tot subsidieverlening voor een kalenderjaar vastgestelde maximum aantal kWh; en
b. het in de beschikking tot subsidieverlening opgenomen basisbedrag minus het op grond van artikel 9 geldende voorlopige correctiebedrag.
3. Indien de subsidieperiode start op een andere datum dan 1 januari of eindigt op een andere datum dan 31 december, bedraagt voor het eerste jaar respectievelijk het laatste jaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt, het maandelijkse bedrag een evenredig deel van het aantal maanden of van het jaar waarover het voorschot wordt verstrekt.
4. De minister kan het maandelijkse bedrag herberekenen, indien:
a. de subsidieontvanger een verzoek tot ontheffing als bedoeld in artikel 25, derde lid, indient;
b. de maandelijkse productie gedurende ten minste twee maanden ten minste 50% zal achterblijven dan wel achter is gebleven ten opzichte van de in de beschikking tot voorschotverlening opgenomen maximum productie in kWh;
c. de minister na het begin van de voorschotverlening meer dan een maand geen productiegegevens heeft ontvangen over de betreffende productie-installatie; of
d. de cumulatieve productie van hernieuwbare elektriciteit in het betreffende kalenderjaar ten minste 20% zal achterblijven dan wel achter is gebleven ten opzichte van de in de beschikking tot voorschotverlening opgenomen maximum productie in kWh.
2. Het maandelijkse bedrag bedraagt één-twaalfde van 80% van het product van:
a. het in de beschikking tot subsidieverlening voor een kalenderjaar vastgestelde maximum aantal kWh; en
b. het in de beschikking tot subsidieverlening opgenomen basisbedrag minus het op grond van artikel 9 geldende voorlopige correctiebedrag.
3. Indien de subsidieperiode start op een andere datum dan 1 januari of eindigt op een andere datum dan 31 december, bedraagt voor het eerste jaar respectievelijk het laatste jaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt, het maandelijkse bedrag een evenredig deel van het aantal maanden of van het jaar waarover het voorschot wordt verstrekt.
4. De minister kan het maandelijkse bedrag herberekenen, indien:
a. de subsidieontvanger een verzoek tot ontheffing als bedoeld in artikel 25, derde lid, indient;
b. de maandelijkse productie gedurende ten minste twee maanden ten minste 50% zal achterblijven dan wel achter is gebleven ten opzichte van de in de beschikking tot voorschotverlening opgenomen maximum productie in kWh;
c. de minister na het begin van de voorschotverlening meer dan een maand geen productiegegevens heeft ontvangen over de betreffende productie-installatie; of
d. de cumulatieve productie van hernieuwbare elektriciteit in het betreffende kalenderjaar ten minste 20% zal achterblijven dan wel achter is gebleven ten opzichte van de in de beschikking tot voorschotverlening opgenomen maximum productie in kWh.