BWBR0044882
Geldig vanaf 2021-04-01
Artikel 22
Subsidieregeling coöperatieve energieopwekking
1. De minister beslist afwijzend op een aanvraag indien:
a. de aanvraag niet voldoet aan de bij of krachtens deze regeling gestelde bepalingen;
b. hij het onaannemelijk acht dat de productie-installatie binnen de op grond van artikel 24, tweede lid, geldende uiterste termijn in gebruik wordt genomen;
c. hij het onaannemelijk acht dat de productie-installatie de hele subsidieperiode in gebruik kan zijn;
d. hij het onaannemelijk acht dat de productie-installatie: 1°. uitvoerbaar is;
2°. technisch haalbaar is;
3°. financieel haalbaar is;
4°. economisch haalbaar is;
1°. uitvoerbaar is;
2°. technisch haalbaar is;
3°. financieel haalbaar is;
4°. economisch haalbaar is;
e. één of meer vergunningen als bedoeld in artikel 17, eerste lid, indien van toepassing, niet zijn verleend;
f. de productie-installatie geheel of gedeeltelijk bestaat uit gebruikte materialen;
g. voor dezelfde productie-installatie al op grond van deze regeling subsidie is verstrekt, tenzij: 1°. de productie-installatie niet in gebruik is genomen;
2°. er ten minste drie jaren zijn verstreken na de datum van de beschikking tot subsidieverlening; en
3°. die beschikking door de minister is ingetrokken;
1°. de productie-installatie niet in gebruik is genomen;
2°. er ten minste drie jaren zijn verstreken na de datum van de beschikking tot subsidieverlening; en
3°. die beschikking door de minister is ingetrokken;
h. van rijkswege al een financiële tegemoetkoming of subsidie anders dan bedoeld in onderdeel g, is verstrekt voor de productie-installatie;
i. er onomkeerbare investeringsverplichtingen voor de productie-installatie zijn aangegaan voor de datum waarop de subsidie is aangevraagd; of
j. de aanvraag betrekking heeft op een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonne-energie, waarbij de zonnepanelen niet op of aan een gebouw zijn aangebracht of op water drijven, en voor een dergelijke productie-installatie in de openstellingsperiode, bedoeld in artikel 2, derde lid, al een aanvraag is ingediend die voldoet aan de bij of krachtens deze regeling gestelde bepalingen en die eerder ingediende aanvraag betrekking heeft: 1.° op dezelfde locatie als waarop de productie-installatie uit de daarop volgende aanvraag moet worden aangebracht;
2.° op een locatie die grenst aan de locatie waarop de productie-installatie uit de daaropvolgende aanvraag moet worden aangebracht; of
3.° op hetzelfde postcodegebied als waarbinnen de productie-installatie uit de daarop volgende aanvraag moet worden aangebracht;
1.° op dezelfde locatie als waarop de productie-installatie uit de daarop volgende aanvraag moet worden aangebracht;
2.° op een locatie die grenst aan de locatie waarop de productie-installatie uit de daaropvolgende aanvraag moet worden aangebracht; of
3.° op hetzelfde postcodegebied als waarbinnen de productie-installatie uit de daarop volgende aanvraag moet worden aangebracht;
k. de aanvraag betrekking heeft op een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit windenergie met een of meer windturbines die een op de locatie bestaande windturbine of windturbines vervangen of die in de plaats komen van een windturbine of windturbines die eerder op de locatie hebben gestaan en: 1°. het nominale en te realiseren vermogen van de productie-installatie ten opzichte van de te vervangen windturbine of windturbines of ten opzichte van de windturbine of windturbines die eerder op de locatie hebben gestaan, minder dan 1 MW per te vervangen windturbine of windturbines of per windturbine of windturbines die eerder op de locatie hebben gestaan toeneemt; of
2°. de te vervangen windturbine of windturbines of de windturbine of windturbines die eerder op de locatie hebben gestaan op het in de aanvraag opgenomen moment van vervanging minder dan vijftien jaar op die locatie in gebruik zijn of zijn geweest en op het moment van het indienen van de aanvraag minder dan dertien jaar geleden in gebruik zijn genomen.
1°. het nominale en te realiseren vermogen van de productie-installatie ten opzichte van de te vervangen windturbine of windturbines of ten opzichte van de windturbine of windturbines die eerder op de locatie hebben gestaan, minder dan 1 MW per te vervangen windturbine of windturbines of per windturbine of windturbines die eerder op de locatie hebben gestaan toeneemt; of
2°. de te vervangen windturbine of windturbines of de windturbine of windturbines die eerder op de locatie hebben gestaan op het in de aanvraag opgenomen moment van vervanging minder dan vijftien jaar op die locatie in gebruik zijn of zijn geweest en op het moment van het indienen van de aanvraag minder dan dertien jaar geleden in gebruik zijn genomen.
2. Er is geen sprake van dezelfde productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, indien:
a. het een productie-installatie op een andere locatie betreft;
b. het een productie-installatie met een andere opwekkingstechnologie betreft.
a. de aanvraag niet voldoet aan de bij of krachtens deze regeling gestelde bepalingen;
b. hij het onaannemelijk acht dat de productie-installatie binnen de op grond van artikel 24, tweede lid, geldende uiterste termijn in gebruik wordt genomen;
c. hij het onaannemelijk acht dat de productie-installatie de hele subsidieperiode in gebruik kan zijn;
d. hij het onaannemelijk acht dat de productie-installatie: 1°. uitvoerbaar is;
2°. technisch haalbaar is;
3°. financieel haalbaar is;
4°. economisch haalbaar is;
1°. uitvoerbaar is;
2°. technisch haalbaar is;
3°. financieel haalbaar is;
4°. economisch haalbaar is;
e. één of meer vergunningen als bedoeld in artikel 17, eerste lid, indien van toepassing, niet zijn verleend;
f. de productie-installatie geheel of gedeeltelijk bestaat uit gebruikte materialen;
g. voor dezelfde productie-installatie al op grond van deze regeling subsidie is verstrekt, tenzij: 1°. de productie-installatie niet in gebruik is genomen;
2°. er ten minste drie jaren zijn verstreken na de datum van de beschikking tot subsidieverlening; en
3°. die beschikking door de minister is ingetrokken;
1°. de productie-installatie niet in gebruik is genomen;
2°. er ten minste drie jaren zijn verstreken na de datum van de beschikking tot subsidieverlening; en
3°. die beschikking door de minister is ingetrokken;
h. van rijkswege al een financiële tegemoetkoming of subsidie anders dan bedoeld in onderdeel g, is verstrekt voor de productie-installatie;
i. er onomkeerbare investeringsverplichtingen voor de productie-installatie zijn aangegaan voor de datum waarop de subsidie is aangevraagd; of
j. de aanvraag betrekking heeft op een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonne-energie, waarbij de zonnepanelen niet op of aan een gebouw zijn aangebracht of op water drijven, en voor een dergelijke productie-installatie in de openstellingsperiode, bedoeld in artikel 2, derde lid, al een aanvraag is ingediend die voldoet aan de bij of krachtens deze regeling gestelde bepalingen en die eerder ingediende aanvraag betrekking heeft: 1.° op dezelfde locatie als waarop de productie-installatie uit de daarop volgende aanvraag moet worden aangebracht;
2.° op een locatie die grenst aan de locatie waarop de productie-installatie uit de daaropvolgende aanvraag moet worden aangebracht; of
3.° op hetzelfde postcodegebied als waarbinnen de productie-installatie uit de daarop volgende aanvraag moet worden aangebracht;
1.° op dezelfde locatie als waarop de productie-installatie uit de daarop volgende aanvraag moet worden aangebracht;
2.° op een locatie die grenst aan de locatie waarop de productie-installatie uit de daaropvolgende aanvraag moet worden aangebracht; of
3.° op hetzelfde postcodegebied als waarbinnen de productie-installatie uit de daarop volgende aanvraag moet worden aangebracht;
k. de aanvraag betrekking heeft op een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit windenergie met een of meer windturbines die een op de locatie bestaande windturbine of windturbines vervangen of die in de plaats komen van een windturbine of windturbines die eerder op de locatie hebben gestaan en: 1°. het nominale en te realiseren vermogen van de productie-installatie ten opzichte van de te vervangen windturbine of windturbines of ten opzichte van de windturbine of windturbines die eerder op de locatie hebben gestaan, minder dan 1 MW per te vervangen windturbine of windturbines of per windturbine of windturbines die eerder op de locatie hebben gestaan toeneemt; of
2°. de te vervangen windturbine of windturbines of de windturbine of windturbines die eerder op de locatie hebben gestaan op het in de aanvraag opgenomen moment van vervanging minder dan vijftien jaar op die locatie in gebruik zijn of zijn geweest en op het moment van het indienen van de aanvraag minder dan dertien jaar geleden in gebruik zijn genomen.
1°. het nominale en te realiseren vermogen van de productie-installatie ten opzichte van de te vervangen windturbine of windturbines of ten opzichte van de windturbine of windturbines die eerder op de locatie hebben gestaan, minder dan 1 MW per te vervangen windturbine of windturbines of per windturbine of windturbines die eerder op de locatie hebben gestaan toeneemt; of
2°. de te vervangen windturbine of windturbines of de windturbine of windturbines die eerder op de locatie hebben gestaan op het in de aanvraag opgenomen moment van vervanging minder dan vijftien jaar op die locatie in gebruik zijn of zijn geweest en op het moment van het indienen van de aanvraag minder dan dertien jaar geleden in gebruik zijn genomen.
2. Er is geen sprake van dezelfde productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, indien:
a. het een productie-installatie op een andere locatie betreft;
b. het een productie-installatie met een andere opwekkingstechnologie betreft.