BWBR0044882
Geldig vanaf 2021-04-01
Artikel 35
Subsidieregeling coöperatieve energieopwekking
1. Indien de subsidieontvanger een coöperatie is, bedraagt het aantal deelnemende leden vanaf het moment dat de lijst van deelnemende leden, overeenkomstig artikel 37, eerste lid, aan de minister wordt overgelegd, ten minste:
a. één deelnemend lid per 5 kWp vermogen bij een productie-installatie die gebruik maakt van zonne-energie;
b. één deelnemend lid per 5 kW vermogen bij een productie-installatie die gebruik maakt van windenergie;
c. één deelnemend per 1 kW vermogen bij een productie-installatie die gebruik maakt van waterkracht.
2. Indien de subsidieontvanger een vereniging van eigenaars is en de productie-installatie is aangebracht op, in of boven de grond ter zake waarvan de vereniging van eigenaars is opgericht, bedraagt het aantal leden op het moment dat de lijst van leden, overeenkomstig artikel 37, vierde lid, aan de minister wordt overgelegd, ten minste:
a. één lid per 5 kWp vermogen bij een productie-installatie die gebruik maakt van zonne-energie;
b. één lid per 5 kW vermogen bij een productie-installatie die gebruik maakt van windenergie;
c. één lid per 1 kW vermogen bij een productie-installatie die gebruik maakt van waterkracht.
3. Indien de productie-installatie wordt aangebracht op een locatie waarvoor op grond van deze regeling al subsidie is verstrekt aan de subsidieontvanger voor een andere productie-installatie, worden bij toepassing van het eerste en tweede lid de vermogens van alle productie-installaties op die locatie bij elkaar opgeteld.
a. één deelnemend lid per 5 kWp vermogen bij een productie-installatie die gebruik maakt van zonne-energie;
b. één deelnemend lid per 5 kW vermogen bij een productie-installatie die gebruik maakt van windenergie;
c. één deelnemend per 1 kW vermogen bij een productie-installatie die gebruik maakt van waterkracht.
2. Indien de subsidieontvanger een vereniging van eigenaars is en de productie-installatie is aangebracht op, in of boven de grond ter zake waarvan de vereniging van eigenaars is opgericht, bedraagt het aantal leden op het moment dat de lijst van leden, overeenkomstig artikel 37, vierde lid, aan de minister wordt overgelegd, ten minste:
a. één lid per 5 kWp vermogen bij een productie-installatie die gebruik maakt van zonne-energie;
b. één lid per 5 kW vermogen bij een productie-installatie die gebruik maakt van windenergie;
c. één lid per 1 kW vermogen bij een productie-installatie die gebruik maakt van waterkracht.
3. Indien de productie-installatie wordt aangebracht op een locatie waarvoor op grond van deze regeling al subsidie is verstrekt aan de subsidieontvanger voor een andere productie-installatie, worden bij toepassing van het eerste en tweede lid de vermogens van alle productie-installaties op die locatie bij elkaar opgeteld.