BWBR0044882
Geldig vanaf 2021-04-01
Artikel 13
Subsidieregeling coöperatieve energieopwekking
1. Een aanvraag om subsidie wordt ingediend bij de minister met gebruikmaking van een middel dat door de minister beschikbaar wordt gesteld.
2. De aanvraag bevat in ieder geval:
a. de naam, het adres, de vestigingsplaats en het rekeningnummer van de subsidieontvanger;
b. de postcoderoos;
c. de categorie productie-installaties waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
d. de locatie waarop de productie-installatie wordt aangebracht;
e. de hoeveelheid op te wekken en in te voeden kWh per kalenderjaar van de productie-installatie gedurende de periode waarover subsidie wordt aangevraagd; en
f. het tijdschema van de ingebruikname van de productie-installatie.
3. Indien de aanvraag betrekking heeft op een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonne-energie met een vermogen van minder dan 500 kWp, waarbij sprake is van plaatsing op daken of bevestiging aan gevels, gaat de aanvraag vergezeld van een verklaring van de aanvrager dat het dak of de gevel geschikt is of wordt gemaakt voor de plaatsing met gebruikmaking van het middel dat door de minister beschikbaar wordt gesteld.
4. Indien de aanvraag betrekking heeft op een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonne-energie met een vermogen van 500 kWp of meer, waarbij sprake is van plaatsing op daken of bevestiging aan gevels, gaat de aanvraag vergezeld van een verklaring van een constructeur over de belastbaarheid van het dak of de gevel met gebruikmaking van het middel dat door de minister beschikbaar wordt gesteld.
2. De aanvraag bevat in ieder geval:
a. de naam, het adres, de vestigingsplaats en het rekeningnummer van de subsidieontvanger;
b. de postcoderoos;
c. de categorie productie-installaties waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
d. de locatie waarop de productie-installatie wordt aangebracht;
e. de hoeveelheid op te wekken en in te voeden kWh per kalenderjaar van de productie-installatie gedurende de periode waarover subsidie wordt aangevraagd; en
f. het tijdschema van de ingebruikname van de productie-installatie.
3. Indien de aanvraag betrekking heeft op een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonne-energie met een vermogen van minder dan 500 kWp, waarbij sprake is van plaatsing op daken of bevestiging aan gevels, gaat de aanvraag vergezeld van een verklaring van de aanvrager dat het dak of de gevel geschikt is of wordt gemaakt voor de plaatsing met gebruikmaking van het middel dat door de minister beschikbaar wordt gesteld.
4. Indien de aanvraag betrekking heeft op een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonne-energie met een vermogen van 500 kWp of meer, waarbij sprake is van plaatsing op daken of bevestiging aan gevels, gaat de aanvraag vergezeld van een verklaring van een constructeur over de belastbaarheid van het dak of de gevel met gebruikmaking van het middel dat door de minister beschikbaar wordt gesteld.