BWBR0044882
Geldig vanaf 2021-04-01
Artikel 3
Subsidieregeling coöperatieve energieopwekking
1. Voor het bepalen van de subsidie wordt met elkaar vermenigvuldigd:
a. het aantal kWh dat in elk kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt en waarvoor garanties van oorsprong voor netlevering zijn verstrekt die aantonen dat met de productie-installatie in het betreffende kalenderjaar dat aantal kWh is geproduceerd en op het elektriciteitsnet is ingevoed; en
b. het verschil tussen het in de beschikking tot subsidieverlening opgenomen basisbedrag en het voor het betreffende kalenderjaar op basis van artikel 6 geldende definitieve correctiebedrag.
2. De subsidie bedraagt de som van de voor ieder kalenderjaar volgens het eerste lid berekende bedragen over de hele subsidieperiode.
3. Indien de productie-installatie is aangesloten op het elektriciteitsnet met een grootverbruikersinstallatie:
a. wordt bij het aantal kWh, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, opgeteld het aantal kWh dat in elk kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt en waarvoor garanties van oorsprong voor niet-netlevering zijn verstrekt die aantonen dat met de productie-installatie in het betreffende kalenderjaar dat aantal kWh is geproduceerd en op een installatie is ingevoed; en,
b. wordt, voor zover het een beschikking betreft op een aanvraag om subsidieverlening die op of na 2 april 2024 is ingediend, het aantal kWh dat in elk jaar voor subsidie in aanmerking komt, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, verminderd met het aantal kWh dat is ingevoed op een elektriciteitsnet gedurende elke periode waarin de waarde van elektriciteit negatief is.
4. Indien de uitkomst van de berekening, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, negatief is, bedraagt het bedrag nul.
a. het aantal kWh dat in elk kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt en waarvoor garanties van oorsprong voor netlevering zijn verstrekt die aantonen dat met de productie-installatie in het betreffende kalenderjaar dat aantal kWh is geproduceerd en op het elektriciteitsnet is ingevoed; en
b. het verschil tussen het in de beschikking tot subsidieverlening opgenomen basisbedrag en het voor het betreffende kalenderjaar op basis van artikel 6 geldende definitieve correctiebedrag.
2. De subsidie bedraagt de som van de voor ieder kalenderjaar volgens het eerste lid berekende bedragen over de hele subsidieperiode.
3. Indien de productie-installatie is aangesloten op het elektriciteitsnet met een grootverbruikersinstallatie:
a. wordt bij het aantal kWh, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, opgeteld het aantal kWh dat in elk kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt en waarvoor garanties van oorsprong voor niet-netlevering zijn verstrekt die aantonen dat met de productie-installatie in het betreffende kalenderjaar dat aantal kWh is geproduceerd en op een installatie is ingevoed; en,
b. wordt, voor zover het een beschikking betreft op een aanvraag om subsidieverlening die op of na 2 april 2024 is ingediend, het aantal kWh dat in elk jaar voor subsidie in aanmerking komt, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, verminderd met het aantal kWh dat is ingevoed op een elektriciteitsnet gedurende elke periode waarin de waarde van elektriciteit negatief is.
4. Indien de uitkomst van de berekening, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, negatief is, bedraagt het bedrag nul.