BWBR0044728
Geldig vanaf 2021-01-22
Artikel 24
Tijdelijke maatwerkregeling duurzame inzetbaarheid en eerder uittreden
1. Voor zover een project een periode beslaat die langer is dan twaalf maanden, overlegt de aanvrager, onder gebruikmaking van het daartoe door de minister elektronisch beschikbaar gestelde formulier, uiterlijk acht weken na afloop van de eerste twaalf maanden van de projectperiode een tussentijds voortgangsverslag met de tot dan toe behaalde resultaten en gemaakte kosten waarbij ten minste worden aangegeven de aantallen, de aard en de kosten van de maatregelen en de prestaties.
2. In afwijking van het eerste lid hoeft geen tussentijds voortgangsverslag te worden overgelegd wanneer het project zestien maanden of korter duurt en geen voorschot als bedoeld in artikel 21wordt gevraagd.
3. Indien de aanvrager voorschotten ontvangt als bedoeld in artikel 21legt de minister in de beschikking tot subsidieverlening de verplichting op dat het tussentijdse voortgangsverslag is voorzien van een rapport van feitelijke bevindingen opgesteld door een accountant overeenkomstig een door de minister vastgesteld model met inachtneming van een door de minister vastgesteld accountantsprotocol.
4. De aanvrager overlegt binnen drie maanden na ontvangst van de beschikking tot subsidieverlening een kopie van de opdrachtbevestiging of een andere schriftelijke mededeling, waarin de toepassing en naleving van het controleprotocol, dat naar aanleiding van de in de beschikking tot subsidieverlening opgenomen verplichting als bedoeld in het tweede lid is opgesteld, door de controlerend accountant wordt bevestigd.
5. De aanvrager verstrekt bij het tussentijds voortgangsverslag, onder gebruikmaking van het daartoe door de minister elektronisch beschikbaar gestelde formulier, aan de minister het burgerservicenummer van de deelnemers aan de activiteiten voor eerder uittreden, als bedoeld in artikel 14, in het activiteitenplan.
6. De aanvrager en elk van de partijen in het samenwerkingsverband stellen op verzoek de meest recente jaarrekening beschikbaar, met dien verstande dat deze niet ouder is dan de jaarrekening die betrekking heeft op het tweede kalenderjaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar waarin de subsidieaanvraag wordt gedaan, voorzien van een verklaring omtrent de getrouwheid, of een mededeling, inhoudende dat van onjuistheden niet is gebleken, afkomstig van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
2. In afwijking van het eerste lid hoeft geen tussentijds voortgangsverslag te worden overgelegd wanneer het project zestien maanden of korter duurt en geen voorschot als bedoeld in artikel 21wordt gevraagd.
3. Indien de aanvrager voorschotten ontvangt als bedoeld in artikel 21legt de minister in de beschikking tot subsidieverlening de verplichting op dat het tussentijdse voortgangsverslag is voorzien van een rapport van feitelijke bevindingen opgesteld door een accountant overeenkomstig een door de minister vastgesteld model met inachtneming van een door de minister vastgesteld accountantsprotocol.
4. De aanvrager overlegt binnen drie maanden na ontvangst van de beschikking tot subsidieverlening een kopie van de opdrachtbevestiging of een andere schriftelijke mededeling, waarin de toepassing en naleving van het controleprotocol, dat naar aanleiding van de in de beschikking tot subsidieverlening opgenomen verplichting als bedoeld in het tweede lid is opgesteld, door de controlerend accountant wordt bevestigd.
5. De aanvrager verstrekt bij het tussentijds voortgangsverslag, onder gebruikmaking van het daartoe door de minister elektronisch beschikbaar gestelde formulier, aan de minister het burgerservicenummer van de deelnemers aan de activiteiten voor eerder uittreden, als bedoeld in artikel 14, in het activiteitenplan.
6. De aanvrager en elk van de partijen in het samenwerkingsverband stellen op verzoek de meest recente jaarrekening beschikbaar, met dien verstande dat deze niet ouder is dan de jaarrekening die betrekking heeft op het tweede kalenderjaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar waarin de subsidieaanvraag wordt gedaan, voorzien van een verklaring omtrent de getrouwheid, of een mededeling, inhoudende dat van onjuistheden niet is gebleken, afkomstig van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.