BWBR0044728
Geldig vanaf 2021-01-22
Artikel 22
Tijdelijke maatwerkregeling duurzame inzetbaarheid en eerder uittreden
1. De aanvrager dient binnen 22 weken na afloop van de in de beschikking tot subsidieverlening vastgelegde periode middels een elektronisch formulier een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in bij de minister.
2. De aanvraag tot vaststelling van de subsidie omvat in ieder geval een activiteitenverslag, een financieel verslag, een overzicht van de kosten per activiteit middels een voorgeschreven format, een overzicht met het BSN van de betrokken deelnemers in het geval van een activiteit als bedoeld in artikel 14en een einddeclaratie.
3. De aanvraag tot vaststelling van de subsidie gaat vergezeld van een controleverklaring opgesteld door een accountant, overeenkomstig een door de minister vastgesteld model met inachtneming van een door de minister vastgesteld accountantsprotocol.
4. Indien bij het indienen dan wel het controleren van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie blijkt, dat minder dan 50% van de totale subsidiabele kosten voor activiteiten als bedoeld in artikel 13, genoemd in de beschikking tot subsidieverlening, is gerealiseerd, wordt het subsidiebedrag op nihil vastgesteld.
5. In afwijking van het vierde lid kan de subsidie bij onderrealisatie naar evenredigheid worden verlaagd als naar het oordeel van de minister geen gronden aanwezig zijn om de subsidie op nihil vast te stellen.
6. De minister besluit binnen 22 weken na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie.
2. De aanvraag tot vaststelling van de subsidie omvat in ieder geval een activiteitenverslag, een financieel verslag, een overzicht van de kosten per activiteit middels een voorgeschreven format, een overzicht met het BSN van de betrokken deelnemers in het geval van een activiteit als bedoeld in artikel 14en een einddeclaratie.
3. De aanvraag tot vaststelling van de subsidie gaat vergezeld van een controleverklaring opgesteld door een accountant, overeenkomstig een door de minister vastgesteld model met inachtneming van een door de minister vastgesteld accountantsprotocol.
4. Indien bij het indienen dan wel het controleren van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie blijkt, dat minder dan 50% van de totale subsidiabele kosten voor activiteiten als bedoeld in artikel 13, genoemd in de beschikking tot subsidieverlening, is gerealiseerd, wordt het subsidiebedrag op nihil vastgesteld.
5. In afwijking van het vierde lid kan de subsidie bij onderrealisatie naar evenredigheid worden verlaagd als naar het oordeel van de minister geen gronden aanwezig zijn om de subsidie op nihil vast te stellen.
6. De minister besluit binnen 22 weken na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie.