BWBR0044728
Geldig vanaf 2021-01-22
Artikel 14
Tijdelijke maatwerkregeling duurzame inzetbaarheid en eerder uittreden
1. De subsidiabele activiteit met betrekking tot eerder uittreden als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder e, houdt in een regeling voor eerder uittreden, die aan de volgende voorwaarden voldoet:
a. het betreft een individuele regeling voor eerder uittreden, die wordt vastgelegd in een overeenkomst waarmee de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd op grond van artikel 670b van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, waarin de wens van de werknemer tot eerder uittreden en de beëindiging op verzoek van de werknemer is opgenomen; of
b. het betreft een collectieve regeling voor eerder uittreden waarop de werknemer aanspraak kan maken indien de arbeidsovereenkomst op verzoek van de werknemer is beëindigd; en
c. een regeling voor eerder uittreden omvat de verplichting van de werkgever tot maandelijkse uitkeringen in de periode van 36 maanden vóór het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd van de werknemer.
2. De werkgever, die de in het eerste lid, onder a, genoemde overeenkomst met de werknemer is aangegaan, is verplicht tot het daadwerkelijk uitbetalen van de maandelijkse uitkeringen, bedoeld in het eerste lid, onder c.
3. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder werkgever mede verstaan een andere uitvoerder van een regeling voor eerder uittreden.
a. het betreft een individuele regeling voor eerder uittreden, die wordt vastgelegd in een overeenkomst waarmee de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd op grond van artikel 670b van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, waarin de wens van de werknemer tot eerder uittreden en de beëindiging op verzoek van de werknemer is opgenomen; of
b. het betreft een collectieve regeling voor eerder uittreden waarop de werknemer aanspraak kan maken indien de arbeidsovereenkomst op verzoek van de werknemer is beëindigd; en
c. een regeling voor eerder uittreden omvat de verplichting van de werkgever tot maandelijkse uitkeringen in de periode van 36 maanden vóór het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd van de werknemer.
2. De werkgever, die de in het eerste lid, onder a, genoemde overeenkomst met de werknemer is aangegaan, is verplicht tot het daadwerkelijk uitbetalen van de maandelijkse uitkeringen, bedoeld in het eerste lid, onder c.
3. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder werkgever mede verstaan een andere uitvoerder van een regeling voor eerder uittreden.