BWBR0044728
Geldig vanaf 2021-01-22
Artikel 21
Tijdelijke maatwerkregeling duurzame inzetbaarheid en eerder uittreden
1. Bij de beschikking tot subsidieverlening wordt een voorschot van € 5.000 verstrekt voor de subsidiabele kosten, bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdeel h.
2. De aanvrager kan bij de aanvraag om subsidie op het door de minister beschikbaar gestelde elektronisch formulier aangeven een voorschot als bedoeld in het derde of vierde lid te willen ontvangen.
3. Na goedkeuring van het activiteitenplan kan, indien de aanvrager dit in zijn subsidieaanvraag heeft aangegeven, een voorschot van 20% van het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde subsidiebedrag, verminderd met het bedrag, bedoeld in het eerste lid, worden verstrekt.
4. In afwijking van het tweede lid kan, op verzoek van de aanvrager, een voorschot van ten hoogste 40% van het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde subsidiebedrag, verminderd met het bedrag, bedoeld in het eerste lid, worden verstrekt. Het verzoek om een hoger voorschot wordt gemotiveerd en gespecificeerd op basis van een financiële rapportage van reeds gemaakte kosten.
5. Na ontvangst van het tussentijds voortgangsverslag, bedoeld in artikel 24, eerste lid, kan een tussentijds voorschot worden verleend, tot een maximum van 80% van het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde subsidiebedrag, verminderd met het bedrag, bedoeld in het eerste lid,.
6. De aanvrager doet onverwijld schriftelijk melding aan de minister zodra aannemelijk is dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan.
7. Betalingen van subsidie en voorschotten daarop aan de hoofdaanvrager gelden als betalingen aan het samenwerkingsverband.
2. De aanvrager kan bij de aanvraag om subsidie op het door de minister beschikbaar gestelde elektronisch formulier aangeven een voorschot als bedoeld in het derde of vierde lid te willen ontvangen.
3. Na goedkeuring van het activiteitenplan kan, indien de aanvrager dit in zijn subsidieaanvraag heeft aangegeven, een voorschot van 20% van het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde subsidiebedrag, verminderd met het bedrag, bedoeld in het eerste lid, worden verstrekt.
4. In afwijking van het tweede lid kan, op verzoek van de aanvrager, een voorschot van ten hoogste 40% van het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde subsidiebedrag, verminderd met het bedrag, bedoeld in het eerste lid, worden verstrekt. Het verzoek om een hoger voorschot wordt gemotiveerd en gespecificeerd op basis van een financiële rapportage van reeds gemaakte kosten.
5. Na ontvangst van het tussentijds voortgangsverslag, bedoeld in artikel 24, eerste lid, kan een tussentijds voorschot worden verleend, tot een maximum van 80% van het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde subsidiebedrag, verminderd met het bedrag, bedoeld in het eerste lid,.
6. De aanvrager doet onverwijld schriftelijk melding aan de minister zodra aannemelijk is dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan.
7. Betalingen van subsidie en voorschotten daarop aan de hoofdaanvrager gelden als betalingen aan het samenwerkingsverband.