BWBR0044728
Geldig vanaf 2021-01-22
Artikel 19
Tijdelijke maatwerkregeling duurzame inzetbaarheid en eerder uittreden
1. Ter uitvoering van de subsidiabele activiteiten van het project komen de volgende kostensoorten voor subsidiëring in aanmerking:
a. externe kosten voor subsidiabele activiteiten als bedoeld in artikel 13, mits er sprake is van marktconformiteit als bedoeld in het derde of vierde lid;
b. directe loonkosten voor subsidiabele activiteiten als bedoeld in artikel 13, voor zover deze berekend zijn op basis van het aantal werkelijk gerealiseerde uren tegen een individueel berekend tarief op basis van het brutoloon, vermeerderd met een opslag van 32% van het brutoloon en waarbij het aantal werkbare uren per jaar is gesteld op 1.720 bij een voltijds dienstverband;
c. kosten van maandelijkse uitkeringen voor eerder uittreden, die voldoen aan de voorwaarden gesteld in artikel 14 en voor zover deze niet hoger zijn dan het in artikel 32ba, zevende lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 genoemde bedrag;
d. kosten van een controleverklaring als bedoeld in artikel 22, derde lid, of van een rapport van feitelijke bevindingen als bedoeld in artikel 24, derde lid;
e. een toeslag op de onder a tot en met c bedoelde kosten ter subsidiëring van overige gemaakte kosten, waaronder kosten voor projectadministratie, projectmanagement en uitvoering van maandelijkse uitkeringen voor eerder uittreden worden begrepen;
f. de onder e bedoelde toeslag bedraagt de som van: 1. 15% van het in de subsidievaststelling bepaalde bedrag aan subsidiabele kosten als bedoeld onder a tot en met c tot € 1.000.000;
2. 7% van het in de subsidievaststelling bepaalde bedrag aan subsidiabele kosten als bedoeld onder a tot en met c tussen € 1.000.000 en € 10.000.000; en
3. 1% van het in de subsidievaststelling bepaalde bedrag aan subsidiabele kosten als bedoeld onder a tot en met c boven € 10.000.000;
1. 15% van het in de subsidievaststelling bepaalde bedrag aan subsidiabele kosten als bedoeld onder a tot en met c tot € 1.000.000;
2. 7% van het in de subsidievaststelling bepaalde bedrag aan subsidiabele kosten als bedoeld onder a tot en met c tussen € 1.000.000 en € 10.000.000; en
3. 1% van het in de subsidievaststelling bepaalde bedrag aan subsidiabele kosten als bedoeld onder a tot en met c boven € 10.000.000;
g. in rekening gebrachte btw, voor zover deze kosten niet verrekend kunnen worden en voor deze kosten geen beroep kan worden gedaan op het BTW-compensatiefonds, genoemd in artikel 2 van de Wet op het BTW-compensatiefonds;
h. kosten van een bedrijfsanalyse als bedoeld in artikel 16a.
2. De kosten zijn ten laste van het project gebleven en rechtstreeks aan het project toe te rekenen en, met uitzondering van de buiten de projectperiode gemaakte kosten op grond van het eerste lid, onder c, door of op verzoek van de aanvrager, daadwerkelijk gemaakt en betaald.
3. Voor externe opdrachten wordt de marktconformiteit van de kosten beoordeeld aan de hand van:
a. een transparante, objectieve en niet-discriminatoire aanbestedingsprocedure; of
b. een offerteprocedure waarbij ten minste drie offertes zijn aangevraagd en beoordeeld door de aanvrager indien de kosten meer bedragen dan € 50.000 exclusief btw.
4. Een uurtarief van een externe adviseur wordt geacht marktconform te zijn, indien het uurtarief van de externe adviseur maximaal € 125 exclusief btw bedraagt of het uurtarief op maximaal dat bedrag is bepaald. Voor aanvragen die worden gedaan op of na 1 september 2023 wordt een uurtarief van een externe adviseur geacht marktconform te zijn, indien het uurtarief van de externe adviseur maximaal € 135 exclusief btw bedraagt of het uurtarief op maximaal dat bedrag is bepaald. Dit lid is niet van toepassing, indien de Aanbestedingswet 2012op de subsidieontvanger van toepassing is.
5. In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, zijn activiteiten slechts subsidiabel op basis van directe loonkosten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, en de toeslag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, indien deze zijn uitgevoerd door:
a. verbonden organisaties;
b. een partij in het samenwerkingsverband;
c. een organisatie die, direct of indirect, is vertegenwoordigd in het bestuur van de aanvrager of in het bestuur van een partij in het samenwerkingsverband; of
d. een organisatie waarin een persoon, die ook werkzaam is voor of in het bestuur van de aanvrager of een partij in het samenwerkingsverband, een aanmerkelijk financieel belang heeft.
6. Onder een verbonden organisatie als bedoeld in het vijfde lid wordt verstaan een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie:
a. waarop de aanvrager, dan wel een bij het project betrokken partij, direct of indirect een overheersende invloed kan uitoefenen;
b. die direct of indirect een overheersende invloed op de aanvrager, dan wel op een bij het project betrokken partij, kan uitoefenen; of
c. die, tezamen met de aanvrager, dan wel met een bij het project betrokken partij, direct of indirect onderworpen is aan de overheersende invloed van een andere organisatie uit hoofde van eigendom, financiële deelneming of op haar van toepassing zijnde voorschriften.
7. Overheersende invloed als bedoeld in het zesde lid wordt vermoed, indien een organisatie direct of indirect, ten opzichte van een andere organisatie:
a. de meerderheid van het geplaatste kapitaal van de organisatie bezit;
b. over de meerderheid van de stemmen beschikt die aan de door de organisatie uitgegeven aandelen zijn verbonden; of
c. meer dan de helft van de leden van het bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan van de organisatie kan benoemen.
a. externe kosten voor subsidiabele activiteiten als bedoeld in artikel 13, mits er sprake is van marktconformiteit als bedoeld in het derde of vierde lid;
b. directe loonkosten voor subsidiabele activiteiten als bedoeld in artikel 13, voor zover deze berekend zijn op basis van het aantal werkelijk gerealiseerde uren tegen een individueel berekend tarief op basis van het brutoloon, vermeerderd met een opslag van 32% van het brutoloon en waarbij het aantal werkbare uren per jaar is gesteld op 1.720 bij een voltijds dienstverband;
c. kosten van maandelijkse uitkeringen voor eerder uittreden, die voldoen aan de voorwaarden gesteld in artikel 14 en voor zover deze niet hoger zijn dan het in artikel 32ba, zevende lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 genoemde bedrag;
d. kosten van een controleverklaring als bedoeld in artikel 22, derde lid, of van een rapport van feitelijke bevindingen als bedoeld in artikel 24, derde lid;
e. een toeslag op de onder a tot en met c bedoelde kosten ter subsidiëring van overige gemaakte kosten, waaronder kosten voor projectadministratie, projectmanagement en uitvoering van maandelijkse uitkeringen voor eerder uittreden worden begrepen;
f. de onder e bedoelde toeslag bedraagt de som van: 1. 15% van het in de subsidievaststelling bepaalde bedrag aan subsidiabele kosten als bedoeld onder a tot en met c tot € 1.000.000;
2. 7% van het in de subsidievaststelling bepaalde bedrag aan subsidiabele kosten als bedoeld onder a tot en met c tussen € 1.000.000 en € 10.000.000; en
3. 1% van het in de subsidievaststelling bepaalde bedrag aan subsidiabele kosten als bedoeld onder a tot en met c boven € 10.000.000;
1. 15% van het in de subsidievaststelling bepaalde bedrag aan subsidiabele kosten als bedoeld onder a tot en met c tot € 1.000.000;
2. 7% van het in de subsidievaststelling bepaalde bedrag aan subsidiabele kosten als bedoeld onder a tot en met c tussen € 1.000.000 en € 10.000.000; en
3. 1% van het in de subsidievaststelling bepaalde bedrag aan subsidiabele kosten als bedoeld onder a tot en met c boven € 10.000.000;
g. in rekening gebrachte btw, voor zover deze kosten niet verrekend kunnen worden en voor deze kosten geen beroep kan worden gedaan op het BTW-compensatiefonds, genoemd in artikel 2 van de Wet op het BTW-compensatiefonds;
h. kosten van een bedrijfsanalyse als bedoeld in artikel 16a.
2. De kosten zijn ten laste van het project gebleven en rechtstreeks aan het project toe te rekenen en, met uitzondering van de buiten de projectperiode gemaakte kosten op grond van het eerste lid, onder c, door of op verzoek van de aanvrager, daadwerkelijk gemaakt en betaald.
3. Voor externe opdrachten wordt de marktconformiteit van de kosten beoordeeld aan de hand van:
a. een transparante, objectieve en niet-discriminatoire aanbestedingsprocedure; of
b. een offerteprocedure waarbij ten minste drie offertes zijn aangevraagd en beoordeeld door de aanvrager indien de kosten meer bedragen dan € 50.000 exclusief btw.
4. Een uurtarief van een externe adviseur wordt geacht marktconform te zijn, indien het uurtarief van de externe adviseur maximaal € 125 exclusief btw bedraagt of het uurtarief op maximaal dat bedrag is bepaald. Voor aanvragen die worden gedaan op of na 1 september 2023 wordt een uurtarief van een externe adviseur geacht marktconform te zijn, indien het uurtarief van de externe adviseur maximaal € 135 exclusief btw bedraagt of het uurtarief op maximaal dat bedrag is bepaald. Dit lid is niet van toepassing, indien de Aanbestedingswet 2012op de subsidieontvanger van toepassing is.
5. In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, zijn activiteiten slechts subsidiabel op basis van directe loonkosten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, en de toeslag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, indien deze zijn uitgevoerd door:
a. verbonden organisaties;
b. een partij in het samenwerkingsverband;
c. een organisatie die, direct of indirect, is vertegenwoordigd in het bestuur van de aanvrager of in het bestuur van een partij in het samenwerkingsverband; of
d. een organisatie waarin een persoon, die ook werkzaam is voor of in het bestuur van de aanvrager of een partij in het samenwerkingsverband, een aanmerkelijk financieel belang heeft.
6. Onder een verbonden organisatie als bedoeld in het vijfde lid wordt verstaan een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie:
a. waarop de aanvrager, dan wel een bij het project betrokken partij, direct of indirect een overheersende invloed kan uitoefenen;
b. die direct of indirect een overheersende invloed op de aanvrager, dan wel op een bij het project betrokken partij, kan uitoefenen; of
c. die, tezamen met de aanvrager, dan wel met een bij het project betrokken partij, direct of indirect onderworpen is aan de overheersende invloed van een andere organisatie uit hoofde van eigendom, financiële deelneming of op haar van toepassing zijnde voorschriften.
7. Overheersende invloed als bedoeld in het zesde lid wordt vermoed, indien een organisatie direct of indirect, ten opzichte van een andere organisatie:
a. de meerderheid van het geplaatste kapitaal van de organisatie bezit;
b. over de meerderheid van de stemmen beschikt die aan de door de organisatie uitgegeven aandelen zijn verbonden; of
c. meer dan de helft van de leden van het bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan van de organisatie kan benoemen.