BWBR0044637
Geldig vanaf 2021-01-01
Artikel 9
Regeling CO2-heffing industrie
1. Dit artikel is van toepassing op broeikasgasinstallaties zonder een aanvraag om kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten, met uitzondering van broeikasgasinstallaties voor de verbranding van stedelijk afval, indien een industrieel monitoringsplan noodzakelijk is doordat de exploitant van de broeikasgasinstallatie geen aanvraag voor kosteloze toewijzing heeft ingediend, als bedoeld in artikel 4 van de Verordening kosteloze toewijzing van emissierechten, dan wel na aanvraag heeft afgezien van kosteloze toewijzing.
2. De artikelen 7, 8, eerste, tweede en derde lid, 9, 11 en 12, van de Verordening kosteloze toewijzing van emissierechten zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor ‘monitoringsmethodiekplan’ wordt gelezen, ‘industrieel monitoringsplan’.
3. In afwijking van artikel 8, eerste lid, van de Verordening kosteloze toewijzing van emissierechten bevat het industrieel monitoringsplan de volgende elementen die zijn opgenomen in bijlage VI: Onderdelen 1, 3, 4b, 4c, 4d, 4e, 4f, met dien verstande dat in onderdeel 4 voor ‘subinstallatie’ wordt gelezen ‘installatie’.
4. In afwijking van artikel 8, tweede lid, van de Verordening kosteloze toewijzing van emissierechten kiest de exploitant een monitoringsmethode voor de volgende parameters, genoemd in bijlage IV van die verordening:
a. onderdeel 2.2, met dien verstande dat voor ‘aan elke subinstallatie toe te kennen emissie’ wordt gelezen ‘aan warmte-opwekking, aan de productie van restgassen en aan opwekking van elektriciteit toe te kennen emissies’;
b. onderdelen 2.3 en 2.5;
c. onderdeel 3.2, onder a, b, en d, met dien verstande dat voor ‘warmtebenchmark- of stadsverwarming subinstallatie’ wordt gelezen ‘de installatie’;
d. in aanvulling op bijlage IV van die verordening: de gewogen gemiddelde emissiefactor voor brandstoffen ingezet voor de opwekking van elektriciteit, bedoeld in artikel 14.
2. De artikelen 7, 8, eerste, tweede en derde lid, 9, 11 en 12, van de Verordening kosteloze toewijzing van emissierechten zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor ‘monitoringsmethodiekplan’ wordt gelezen, ‘industrieel monitoringsplan’.
3. In afwijking van artikel 8, eerste lid, van de Verordening kosteloze toewijzing van emissierechten bevat het industrieel monitoringsplan de volgende elementen die zijn opgenomen in bijlage VI: Onderdelen 1, 3, 4b, 4c, 4d, 4e, 4f, met dien verstande dat in onderdeel 4 voor ‘subinstallatie’ wordt gelezen ‘installatie’.
4. In afwijking van artikel 8, tweede lid, van de Verordening kosteloze toewijzing van emissierechten kiest de exploitant een monitoringsmethode voor de volgende parameters, genoemd in bijlage IV van die verordening:
a. onderdeel 2.2, met dien verstande dat voor ‘aan elke subinstallatie toe te kennen emissie’ wordt gelezen ‘aan warmte-opwekking, aan de productie van restgassen en aan opwekking van elektriciteit toe te kennen emissies’;
b. onderdelen 2.3 en 2.5;
c. onderdeel 3.2, onder a, b, en d, met dien verstande dat voor ‘warmtebenchmark- of stadsverwarming subinstallatie’ wordt gelezen ‘de installatie’;
d. in aanvulling op bijlage IV van die verordening: de gewogen gemiddelde emissiefactor voor brandstoffen ingezet voor de opwekking van elektriciteit, bedoeld in artikel 14.