BWBR0044637
Geldig vanaf 2021-01-01
Artikel 29
Regeling CO2-heffing industrie
1. Het actueel activiteitsniveau voor lachgasinstallaties is gelijk aan de industriële jaarvracht uitgedrukt in ton CO 2(e) in dat jaar, zoals gerapporteerd in het industrieel emissieverslag.
2. Het historisch activiteitsniveau voor lachgasinstallaties die caprolactam produceren is tot en met verslagperiode 2024 gelijk aan het rekenkundig gemiddelde van de jaarlijkse industriële jaarvrachten uitgedrukt in ton CO 2(e) in de referentieperiode, en vanaf verslagperiode 2025 gelijk aan de mediaan van de jaarlijkse industriële jaarvrachten, uitgedrukt in ton CO 2(e) in de referentieperiode, zoals gerapporteerd in het historisch industrieel emissieverslag dan wel het industrieel emissieverslag.
3. Voor de toewijzingsperiode 2021–2025 is het historisch activiteitsniveau voor lachgasinstallaties die acrylonitril produceren gelijk aan de optelling van (a) met (b), waarbij:
(a) staat voor: het rekenkundig gemiddelde van de industriële jaarvrachten uitgedrukt in ton CO2 (e) in de periode 2018-2019, zoals gerapporteerd in het historisch industrieel emissieverslag;
(b) staat voor: dertig procent van het aantal dagen dat de lachgasinstallatie in één van die jaren is stopgezet voor onderhoud, vermenigvuldigd met de gemiddelde emissie per dag in dat jaar, uitgedrukt in ton CO2 (e).
4. Voor de toewijzingsperiodes na 2025 is het historisch activiteitsniveau voor lachgasinstallaties die acrylonitril produceren gelijk aan de mediaan van de industriële jaarvrachten uitgedrukt in ton CO 2(e) in de referentieperiode, zoals gerapporteerd in het industrieel emissieverslag.
2. Het historisch activiteitsniveau voor lachgasinstallaties die caprolactam produceren is tot en met verslagperiode 2024 gelijk aan het rekenkundig gemiddelde van de jaarlijkse industriële jaarvrachten uitgedrukt in ton CO 2(e) in de referentieperiode, en vanaf verslagperiode 2025 gelijk aan de mediaan van de jaarlijkse industriële jaarvrachten, uitgedrukt in ton CO 2(e) in de referentieperiode, zoals gerapporteerd in het historisch industrieel emissieverslag dan wel het industrieel emissieverslag.
3. Voor de toewijzingsperiode 2021–2025 is het historisch activiteitsniveau voor lachgasinstallaties die acrylonitril produceren gelijk aan de optelling van (a) met (b), waarbij:
(a) staat voor: het rekenkundig gemiddelde van de industriële jaarvrachten uitgedrukt in ton CO2 (e) in de periode 2018-2019, zoals gerapporteerd in het historisch industrieel emissieverslag;
(b) staat voor: dertig procent van het aantal dagen dat de lachgasinstallatie in één van die jaren is stopgezet voor onderhoud, vermenigvuldigd met de gemiddelde emissie per dag in dat jaar, uitgedrukt in ton CO2 (e).
4. Voor de toewijzingsperiodes na 2025 is het historisch activiteitsniveau voor lachgasinstallaties die acrylonitril produceren gelijk aan de mediaan van de industriële jaarvrachten uitgedrukt in ton CO 2(e) in de referentieperiode, zoals gerapporteerd in het industrieel emissieverslag.