BWBR0044637
Geldig vanaf 2021-01-01
Artikel 40
Regeling CO2-heffing industrie
1. Indien een productbenchmark-subinstallatie meetbare warmte omvat die wordt ingevoerd uit een niet in het EU-ETS opgenomen installatie of een broeikasgasinstallatie voor de verbranding van stedelijk afval wordt het aantal dispensatierechten verlaagd.
2. Als een productbenchmark-subinstallatie meetbare warmte omvat die wordt ingevoerd uit een niet in de EU-ETS opgenomen installatie of andere entiteit, of een broeikasgasinstallatie voor de verbranding van stedelijk afval, wordt het aantal dispensatierechten voor de betrokken productbenchmark-subinstallatie zoals berekend overeenkomstig artikel 30, 31, 32, 33of 38, verminderd met de hoeveelheid warmte in het betrokken jaar ingevoerd uit niet in de EU-ETS opgenomen installaties of andere entiteiten, of broeikasgasinstallaties voor de verbranding van stedelijk afval, vermenigvuldigd met de waarde van de warmtebenchmark zoals opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2en vermenigvuldigd met de toepasselijke nationale reductiefactor.
3. Warmte die is opgewekt met elektriciteit in een eenheid die door dezelfde exploitant op dezelfde locatie wordt geëxploiteerd wordt tot en met verslagperiode 2024 niet beschouwd als warmte die wordt ingevoerd vanuit een niet in het EU-ETS opgenomen installatie of een broeikasgasinstallatie voor de verbranding van stedelijk afval.
2. Als een productbenchmark-subinstallatie meetbare warmte omvat die wordt ingevoerd uit een niet in de EU-ETS opgenomen installatie of andere entiteit, of een broeikasgasinstallatie voor de verbranding van stedelijk afval, wordt het aantal dispensatierechten voor de betrokken productbenchmark-subinstallatie zoals berekend overeenkomstig artikel 30, 31, 32, 33of 38, verminderd met de hoeveelheid warmte in het betrokken jaar ingevoerd uit niet in de EU-ETS opgenomen installaties of andere entiteiten, of broeikasgasinstallaties voor de verbranding van stedelijk afval, vermenigvuldigd met de waarde van de warmtebenchmark zoals opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2en vermenigvuldigd met de toepasselijke nationale reductiefactor.
3. Warmte die is opgewekt met elektriciteit in een eenheid die door dezelfde exploitant op dezelfde locatie wordt geëxploiteerd wordt tot en met verslagperiode 2024 niet beschouwd als warmte die wordt ingevoerd vanuit een niet in het EU-ETS opgenomen installatie of een broeikasgasinstallatie voor de verbranding van stedelijk afval.