BWBR0044637
Geldig vanaf 2021-01-01
Artikel 8
Regeling CO2-heffing industrie
De artikelen 5, 6, 7, 8 en 69 en de hoofdstukken II, III, V en VII van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel zijn van overeenkomstige toepassing op de monitoring van lachgasinstallaties met dien verstande dat:
a. de bevoegdheden, bedoeld in artikel 13, eerste en tweede lid, van die verordening worden uitgeoefend door het bestuur van de emissieautoriteit;
b. in afwijking van artikel 20, eerste lid, van die verordening ook de broeikasgasemissies van lachgasinstallaties meetellen uit alle emissiebronnen en bronstromen die samenhangen met de productie van acrylonitril en caprolactam;
c. de rekenmethode, bedoeld in hoofdstuk III, deel 2, van die verordening niet van overeenkomstige toepassing is op lachgasinstallaties.
a. de bevoegdheden, bedoeld in artikel 13, eerste en tweede lid, van die verordening worden uitgeoefend door het bestuur van de emissieautoriteit;
b. in afwijking van artikel 20, eerste lid, van die verordening ook de broeikasgasemissies van lachgasinstallaties meetellen uit alle emissiebronnen en bronstromen die samenhangen met de productie van acrylonitril en caprolactam;
c. de rekenmethode, bedoeld in hoofdstuk III, deel 2, van die verordening niet van overeenkomstige toepassing is op lachgasinstallaties.