BWBR0044637
Geldig vanaf 2021-01-01
Artikel 38
Regeling CO2-heffing industrie
1. Het aantal dispensatierechten voor nieuwkomers en nieuwe subinstallaties in het kalenderjaar waarin de normale werking aanvangt wordt berekend overeenkomstig de artikelen 30 tot en met 37en 39 tot en met 41, waarbij voor het historisch activiteitsniveau gerelateerd aan warmte, brandstof, en procesemissies en het historisch activiteitsniveau broeikasgasinstallatie voor de verbranding van stedelijk afval en lachgasinstallatie het betreffende actuele activiteitsniveau in dat jaar wordt genomen.
2. Het historisch activiteitsniveau voor nieuwkomers en nieuwe subinstallaties gerelateerd aan warmte, brandstof, en procesemissies en het historisch activiteitsniveau broeikasgasinstallatie voor de verbranding van stedelijk afval en lachgasinstallatie is het betreffende actueel activiteitsniveau in het eerste kalenderjaar na aanvang van de normale werking.
3. Het aantal dispensatierechten voor nieuwkomers en nieuwe subsinstallaties vanaf het eerste jaar na de aanvang van de normale werking wordt berekend overeenkomstig de artikelen 30 tot en met 37en 39 tot en met 42.
4. Voor nieuwkomers en nieuwe productbenchmark-subinstallaties met uitwisselbaarheid van elektriciteit en brandstof wordt de correctiefactor, in afwijking van artikel 31, in het kalenderjaar waarin de reguliere productie is aangevangen gebaseerd op de verhouding directe en indirecte emissies in dat jaar. In het eerste volledige kalenderjaar na aanvang van de reguliere productie wordt de correctiefactor gebaseerd op de verhouding directe en indirecte emissies in dat jaar. Deze correctiefactor wordt bevroren en toegepast als correctiefactor in de jaren die daarop volgen.
2. Het historisch activiteitsniveau voor nieuwkomers en nieuwe subinstallaties gerelateerd aan warmte, brandstof, en procesemissies en het historisch activiteitsniveau broeikasgasinstallatie voor de verbranding van stedelijk afval en lachgasinstallatie is het betreffende actueel activiteitsniveau in het eerste kalenderjaar na aanvang van de normale werking.
3. Het aantal dispensatierechten voor nieuwkomers en nieuwe subsinstallaties vanaf het eerste jaar na de aanvang van de normale werking wordt berekend overeenkomstig de artikelen 30 tot en met 37en 39 tot en met 42.
4. Voor nieuwkomers en nieuwe productbenchmark-subinstallaties met uitwisselbaarheid van elektriciteit en brandstof wordt de correctiefactor, in afwijking van artikel 31, in het kalenderjaar waarin de reguliere productie is aangevangen gebaseerd op de verhouding directe en indirecte emissies in dat jaar. In het eerste volledige kalenderjaar na aanvang van de reguliere productie wordt de correctiefactor gebaseerd op de verhouding directe en indirecte emissies in dat jaar. Deze correctiefactor wordt bevroren en toegepast als correctiefactor in de jaren die daarop volgen.