BWBR0044637
Geldig vanaf 2021-01-01
Artikel 20
Regeling CO2-heffing industrie
1. De exploitant van een industriële installatie die reeds gebruik maakt van het EU-register voor de handel in emissierechten, bedoeld in artikel 16.1, eerste lid, van de wet, krijgt direct toegang tot het register dispensatierechten industrie, tenzij het inlogmiddel, bedoeld in artikel 19, tweede lid, aanvullende eisen aan de toegang stelt.
2. De exploitant van een industriële installatie die geen gebruik maakt van het EU-register voor de handel in emissierechten krijgt toegang tot het register dispensatierechten industrie door rekeningbevoegden aan te wijzen nadat de volgende gegevens zijn verstrekt:
a. de naam, het woonadres, het burgerservicenummer, het e-mailadres, en
b. een kleurenkopie van het geldige legitimatiebewijs van de rekeningbevoegden en fiatteurs.
3. De gegevensverstrekking, bedoeld in het tweede lid, blijft achterwege als daarin voldoende wordt voorzien door het inlogmiddel, bedoeld in artikel 19, tweede lid.
4. Het bestuur van de emissieautoriteit controleert of de gegevens en documenten die verstrekt zijn, volledig, actueel, nauwkeurig en waarheidsgetrouw zijn.
5. Het bestuur van de emissieautoriteit kan om een verklaring omtrent het gedrag en om waarmerking van de kleurenkopie van het legitimatiebewijs, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, verzoeken.
2. De exploitant van een industriële installatie die geen gebruik maakt van het EU-register voor de handel in emissierechten krijgt toegang tot het register dispensatierechten industrie door rekeningbevoegden aan te wijzen nadat de volgende gegevens zijn verstrekt:
a. de naam, het woonadres, het burgerservicenummer, het e-mailadres, en
b. een kleurenkopie van het geldige legitimatiebewijs van de rekeningbevoegden en fiatteurs.
3. De gegevensverstrekking, bedoeld in het tweede lid, blijft achterwege als daarin voldoende wordt voorzien door het inlogmiddel, bedoeld in artikel 19, tweede lid.
4. Het bestuur van de emissieautoriteit controleert of de gegevens en documenten die verstrekt zijn, volledig, actueel, nauwkeurig en waarheidsgetrouw zijn.
5. Het bestuur van de emissieautoriteit kan om een verklaring omtrent het gedrag en om waarmerking van de kleurenkopie van het legitimatiebewijs, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, verzoeken.