BWBR0041395
Geldig vanaf 2018-10-07
Artikel 29.02
Europese standaard tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen
1. Onverminderd het tweede lid, gelden voor snelle schepen de hoofdstukken 3 tot en met 19 met uitzondering van: a) artikel 3.04, zesde lid, tweede alinea;
b) artikel 8.08, tweede lid, tweede zin;
c) artikel 14.02, vierde lid, tweede en derde zin;
d) artikel 15.02, vierde lid, tweede zin;
e) artikel 19.06, derde lid, onderdeel a, tweede zin.
a) artikel 3.04, zesde lid, tweede alinea;
b) artikel 8.08, tweede lid, tweede zin;
c) artikel 14.02, vierde lid, tweede en derde zin;
d) artikel 15.02, vierde lid, tweede zin;
e) artikel 19.06, derde lid, onderdeel a, tweede zin.
2. In afwijking van artikel 19.02, negende lid, en artikel 19.15, zevende lid, moeten alle deuren in waterdichte schotten op afstand kunnen worden bediend.
3. In afwijking van artikel 6.02, eerste lid, moet bij uitvallen of storing van de aandrijving van de stuurmachine onverwijld een tweede onafhankelijke aandrijving van de stuurmachine dan wel een handaandrijving in werking worden gesteld.
4. Behalve de eisen van het eerste tot en met derde lid gelden voor snelle schepen de artikelen 29.03 tot en met 29.10.
b) artikel 8.08, tweede lid, tweede zin;
c) artikel 14.02, vierde lid, tweede en derde zin;
d) artikel 15.02, vierde lid, tweede zin;
e) artikel 19.06, derde lid, onderdeel a, tweede zin.
a) artikel 3.04, zesde lid, tweede alinea;
b) artikel 8.08, tweede lid, tweede zin;
c) artikel 14.02, vierde lid, tweede en derde zin;
d) artikel 15.02, vierde lid, tweede zin;
e) artikel 19.06, derde lid, onderdeel a, tweede zin.
2. In afwijking van artikel 19.02, negende lid, en artikel 19.15, zevende lid, moeten alle deuren in waterdichte schotten op afstand kunnen worden bediend.
3. In afwijking van artikel 6.02, eerste lid, moet bij uitvallen of storing van de aandrijving van de stuurmachine onverwijld een tweede onafhankelijke aandrijving van de stuurmachine dan wel een handaandrijving in werking worden gesteld.
4. Behalve de eisen van het eerste tot en met derde lid gelden voor snelle schepen de artikelen 29.03 tot en met 29.10.