BWBR0041395
Geldig vanaf 2018-10-07
Artikel 32.05
Europese standaard tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen
1. De onderstaande bepalingen gelden voor: a) vaartuigen waarvoor vanaf 1 januari 1995 voor de eerste maal een certificaat van onderzoek voor Rijnschepen overeenkomstig het Reglement onderzoek schepen op de Rijn is afgegeven voorzover die op 31 december 1994 niet in aanbouw dan wel in verbouw waren,
b) vaartuigen waarvoor tussen 1 januari 1995 en 30 december 2008 een andere vergunning voor het in de vaart brengen is afgegeven,
c) vaartuigen waarvoor tussen 30 december 2008 en 6 october 2018 voor de eerste maal een communautair certificaat geldig voor zone R overeenkomstig richtlijn 2006/87/EG werd afgegeven,
d) vaartuigen waarvoor vanaf 7 october 2018 voor de eerste maal een Uniecertificaat geldig voor zone R overeenkomstig richtlijn (EU) 2016/1629 is afgegeven.
a) vaartuigen waarvoor vanaf 1 januari 1995 voor de eerste maal een certificaat van onderzoek voor Rijnschepen overeenkomstig het Reglement onderzoek schepen op de Rijn is afgegeven voorzover die op 31 december 1994 niet in aanbouw dan wel in verbouw waren,
b) vaartuigen waarvoor tussen 1 januari 1995 en 30 december 2008 een andere vergunning voor het in de vaart brengen is afgegeven,
c) vaartuigen waarvoor tussen 30 december 2008 en 6 october 2018 voor de eerste maal een communautair certificaat geldig voor zone R overeenkomstig richtlijn 2006/87/EG werd afgegeven,
d) vaartuigen waarvoor vanaf 7 october 2018 voor de eerste maal een Uniecertificaat geldig voor zone R overeenkomstig richtlijn (EU) 2016/1629 is afgegeven.
2. Voor deze vaartuigen moet worden aangetoond a) dat zij voldoen aan de versie van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn die van kracht is op de datum waarop het certificaat van onderzoek voor Rijnschepen of een andere vergunning voor het in de vaart brengen of
b) dat zij voldoen aan de bepalingen van Richtlijn 2006/87/EG van toepassing voor zone R, zoals van toepassing op de datum van de uitgifte van het communautair certificaat, of
c) dat zij voldoen aan de bepalingen van Richtlijn (EU) 2016/1629 van toepassing voor zone R, zoals van toepassing op de datum van de uitgifte van het Uniecertificaat is afgegeven.
a) dat zij voldoen aan de versie van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn die van kracht is op de datum waarop het certificaat van onderzoek voor Rijnschepen of een andere vergunning voor het in de vaart brengen of
b) dat zij voldoen aan de bepalingen van Richtlijn 2006/87/EG van toepassing voor zone R, zoals van toepassing op de datum van de uitgifte van het communautair certificaat, of
c) dat zij voldoen aan de bepalingen van Richtlijn (EU) 2016/1629 van toepassing voor zone R, zoals van toepassing op de datum van de uitgifte van het Uniecertificaat
3. Deze vaartuigen moeten aan deze Standaard volgens de in onderstaande tabel vermelde overgangsbepalingen worden aangepast.
4. Artikel 32.04, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
5. In de onderstaande tabel zijn de volgende definities van toepassing: ‘N.V.O.’: het voorschrift is niet van toepassing op reeds in bedrijf zijnde vaartuigen, tenzij de betreffende delen worden vervangen of omgebouwd, dat wil zeggen dat dit voorschrift slechts van toepassing is op Nieuwbouw, bij Vervanging of bij Ombouw van de betreffende delen of sectoren. Worden bestaande delen vervangen door delen welke in technische zin en bouwwijze gelijk zijn, dan wordt dit niet beschouwd als vervanging ‘V’ volgens deze overgangsbepalingen. ‘Afgifte of verlenging van het binnenschipcertificaat’: aan het voorschrift moet zijn voldaan bij de eerstvolgende afgifte of bij de eerstvolgende verlenging van het binnenschipcertificaat na de daarop aangegeven datum. 1 2006/87/EG Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen en tot intrekking van Richtlijn 82/714/EEG van de Raad (OJ L 389, 30.12.2006). 2 a) Tussen 1 januari 1995 en 31 maart 2003 vast ingebouwde CO2-brandblusinstallaties blijven uiterlijk tot aan de verlenging van het binnenschipcertificaat na 1.1.2035 toegelaten, wanneer zij voldoen aan artikel 10.03, vijfde lid, van het op 31 maart 2002 van kracht zijnde Reglement onderzoek schepen op de Rijn. b) Tussen 1 januari 1995 en 31 maart 2002 verstrekte aanbevelingen van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart voor de toepassing van artikel 10.03, vijfde lid, van het op 31 maart 2002 van kracht zijnde Reglement onderzoek schepen op de Rijn blijven uiterlijk tot aan de verlenging van het binnenschipcertificaat na 1.1.2035 geldig. c) Artikel 13.05, tweede lid, onder a, geldt uiterlijk tot aan de verlenging van het binnenschipcertificaat na 1.1.2035 alleen dan, wanneer deze installaties worden ingebouwd in schepen waarvan de kiel is gelegd ná 1 oktober 1992. 3 De overgangsbepaling juncto artikel 13.07 is een voorschrift van tijdelijke aard en is geldig tot en met 31 december 2019. De toepasselijke overgangsbepaling vóór 1 december 2014 luidde als volgt: ‘13.07 / Toepassing Europese norm op bijboten / N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na 1.1.2015 / 1.10.2003’. 4 De overgangsbepaling juncto artikel 19.06, zesde lid, onderdeel c, is een voorschrift van tijdelijke aard en is geldig tot en met 31 december 2019. De toepasselijke overgangsbepaling vóór 1 december 2014 luidde als volgt: ‘19.06 lid 6 onder c / Vluchtwegen niet door keukens / N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na 1.1.2015 / 1.1.2006’. 5 De overgangsbepaling juncto artikel 19.07 is een voorschrift van tijdelijke aard en is geldig tot en met 31 december 2019. De toepasselijke overgangsbepaling vóór 1 december 2014 luidde als volgt: ‘19.07 / Eisen aan het voortstuwingssysteem / N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na 1.1.2015 / 1.1.2006’. 6 De overgangsbepaling juncto artikel 19.08, derde lid, is een voorschrift van tijdelijke aard en is geldig tot en met 31 december 2019. De toepasselijke overgangsbepaling vóór 1 december 2014 luidde als volgt: ‘19.08 lid 3 / Eisen aan de alarminstallatie / N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na 1.1.2015 / 1.1.2006’ evenals ‘19.08 lid 3 onder c / Alarminstallatie voor het waarschuwen van de bemanning en het boordpersoneel door de scheepsleiding / Voor hotelschepen geldt het voorschrift bij N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na 1.1.2007 / 1.1.2006’. 7 MSC.61(67) aangenomen op 5 december 1996 – Internationale Code voor brandtestprocedures.
b) vaartuigen waarvoor tussen 1 januari 1995 en 30 december 2008 een andere vergunning voor het in de vaart brengen is afgegeven,
c) vaartuigen waarvoor tussen 30 december 2008 en 6 october 2018 voor de eerste maal een communautair certificaat geldig voor zone R overeenkomstig richtlijn 2006/87/EG werd afgegeven,
d) vaartuigen waarvoor vanaf 7 october 2018 voor de eerste maal een Uniecertificaat geldig voor zone R overeenkomstig richtlijn (EU) 2016/1629 is afgegeven.
a) vaartuigen waarvoor vanaf 1 januari 1995 voor de eerste maal een certificaat van onderzoek voor Rijnschepen overeenkomstig het Reglement onderzoek schepen op de Rijn is afgegeven voorzover die op 31 december 1994 niet in aanbouw dan wel in verbouw waren,
b) vaartuigen waarvoor tussen 1 januari 1995 en 30 december 2008 een andere vergunning voor het in de vaart brengen is afgegeven,
c) vaartuigen waarvoor tussen 30 december 2008 en 6 october 2018 voor de eerste maal een communautair certificaat geldig voor zone R overeenkomstig richtlijn 2006/87/EG werd afgegeven,
d) vaartuigen waarvoor vanaf 7 october 2018 voor de eerste maal een Uniecertificaat geldig voor zone R overeenkomstig richtlijn (EU) 2016/1629 is afgegeven.
2. Voor deze vaartuigen moet worden aangetoond a) dat zij voldoen aan de versie van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn die van kracht is op de datum waarop het certificaat van onderzoek voor Rijnschepen of een andere vergunning voor het in de vaart brengen of
b) dat zij voldoen aan de bepalingen van Richtlijn 2006/87/EG van toepassing voor zone R, zoals van toepassing op de datum van de uitgifte van het communautair certificaat, of
c) dat zij voldoen aan de bepalingen van Richtlijn (EU) 2016/1629 van toepassing voor zone R, zoals van toepassing op de datum van de uitgifte van het Uniecertificaat is afgegeven.
a) dat zij voldoen aan de versie van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn die van kracht is op de datum waarop het certificaat van onderzoek voor Rijnschepen of een andere vergunning voor het in de vaart brengen of
b) dat zij voldoen aan de bepalingen van Richtlijn 2006/87/EG van toepassing voor zone R, zoals van toepassing op de datum van de uitgifte van het communautair certificaat, of
c) dat zij voldoen aan de bepalingen van Richtlijn (EU) 2016/1629 van toepassing voor zone R, zoals van toepassing op de datum van de uitgifte van het Uniecertificaat
3. Deze vaartuigen moeten aan deze Standaard volgens de in onderstaande tabel vermelde overgangsbepalingen worden aangepast.
4. Artikel 32.04, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
5. In de onderstaande tabel zijn de volgende definities van toepassing: ‘N.V.O.’: het voorschrift is niet van toepassing op reeds in bedrijf zijnde vaartuigen, tenzij de betreffende delen worden vervangen of omgebouwd, dat wil zeggen dat dit voorschrift slechts van toepassing is op Nieuwbouw, bij Vervanging of bij Ombouw van de betreffende delen of sectoren. Worden bestaande delen vervangen door delen welke in technische zin en bouwwijze gelijk zijn, dan wordt dit niet beschouwd als vervanging ‘V’ volgens deze overgangsbepalingen. ‘Afgifte of verlenging van het binnenschipcertificaat’: aan het voorschrift moet zijn voldaan bij de eerstvolgende afgifte of bij de eerstvolgende verlenging van het binnenschipcertificaat na de daarop aangegeven datum. 1 2006/87/EG Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen en tot intrekking van Richtlijn 82/714/EEG van de Raad (OJ L 389, 30.12.2006). 2 a) Tussen 1 januari 1995 en 31 maart 2003 vast ingebouwde CO2-brandblusinstallaties blijven uiterlijk tot aan de verlenging van het binnenschipcertificaat na 1.1.2035 toegelaten, wanneer zij voldoen aan artikel 10.03, vijfde lid, van het op 31 maart 2002 van kracht zijnde Reglement onderzoek schepen op de Rijn. b) Tussen 1 januari 1995 en 31 maart 2002 verstrekte aanbevelingen van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart voor de toepassing van artikel 10.03, vijfde lid, van het op 31 maart 2002 van kracht zijnde Reglement onderzoek schepen op de Rijn blijven uiterlijk tot aan de verlenging van het binnenschipcertificaat na 1.1.2035 geldig. c) Artikel 13.05, tweede lid, onder a, geldt uiterlijk tot aan de verlenging van het binnenschipcertificaat na 1.1.2035 alleen dan, wanneer deze installaties worden ingebouwd in schepen waarvan de kiel is gelegd ná 1 oktober 1992. 3 De overgangsbepaling juncto artikel 13.07 is een voorschrift van tijdelijke aard en is geldig tot en met 31 december 2019. De toepasselijke overgangsbepaling vóór 1 december 2014 luidde als volgt: ‘13.07 / Toepassing Europese norm op bijboten / N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na 1.1.2015 / 1.10.2003’. 4 De overgangsbepaling juncto artikel 19.06, zesde lid, onderdeel c, is een voorschrift van tijdelijke aard en is geldig tot en met 31 december 2019. De toepasselijke overgangsbepaling vóór 1 december 2014 luidde als volgt: ‘19.06 lid 6 onder c / Vluchtwegen niet door keukens / N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na 1.1.2015 / 1.1.2006’. 5 De overgangsbepaling juncto artikel 19.07 is een voorschrift van tijdelijke aard en is geldig tot en met 31 december 2019. De toepasselijke overgangsbepaling vóór 1 december 2014 luidde als volgt: ‘19.07 / Eisen aan het voortstuwingssysteem / N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na 1.1.2015 / 1.1.2006’. 6 De overgangsbepaling juncto artikel 19.08, derde lid, is een voorschrift van tijdelijke aard en is geldig tot en met 31 december 2019. De toepasselijke overgangsbepaling vóór 1 december 2014 luidde als volgt: ‘19.08 lid 3 / Eisen aan de alarminstallatie / N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na 1.1.2015 / 1.1.2006’ evenals ‘19.08 lid 3 onder c / Alarminstallatie voor het waarschuwen van de bemanning en het boordpersoneel door de scheepsleiding / Voor hotelschepen geldt het voorschrift bij N.V.O., uiterlijk bij verlenging van het binnenschipcertificaat na 1.1.2007 / 1.1.2006’. 7 MSC.61(67) aangenomen op 5 december 1996 – Internationale Code voor brandtestprocedures.