BWBR0041395
Geldig vanaf 2018-10-07
Artikel 10.07
Europese standaard tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen
1. Voor gelijkstroom en 1-fase wisselstroom zijn de volgende verdeelsystemen toegestaan: a) twee geleiders waarvan één is geaard (L1/N/PE);
b) één geleider met terugleiding via de scheepsromp, alleen voor plaatselijk begrensde installaties, zoals de startinstallaties van een verbrandingsmotor (L1/PEN);
c) twee geleiders geïsoleerd van de scheepsromp (L1/L2/PE).
a) twee geleiders waarvan één is geaard (L1/N/PE);
b) één geleider met terugleiding via de scheepsromp, alleen voor plaatselijk begrensde installaties, zoals de startinstallaties van een verbrandingsmotor (L1/PEN);
c) twee geleiders geïsoleerd van de scheepsromp (L1/L2/PE).
2. Voor draaistroom (3-fasen wisselstroom) zijn de volgende verdeelsystemen toegestaan: a) vier geleiders met geaard sterpunt zonder terugleiding via de scheepsromp (L1/L2/L3/N/PE) = (TN-S-Net) of (TT-Net);
b) drie geleiders geïsoleerd van de scheepsromp (L1/L2/L3/PE) = (IT-Net);
c) drie geleiders met geaard sterpunt en terugleiding via de scheepsromp, echter niet voor eindstroomkringen (L1/L2/L3/PEN).
a) vier geleiders met geaard sterpunt zonder terugleiding via de scheepsromp (L1/L2/L3/N/PE) = (TN-S-Net) of (TT-Net);
b) drie geleiders geïsoleerd van de scheepsromp (L1/L2/L3/PE) = (IT-Net);
c) drie geleiders met geaard sterpunt en terugleiding via de scheepsromp, echter niet voor eindstroomkringen (L1/L2/L3/PEN).
3. De Commissie van deskundigen kan het gebruik van andere verdeelsystemen toestaan.
b) één geleider met terugleiding via de scheepsromp, alleen voor plaatselijk begrensde installaties, zoals de startinstallaties van een verbrandingsmotor (L1/PEN);
c) twee geleiders geïsoleerd van de scheepsromp (L1/L2/PE).
a) twee geleiders waarvan één is geaard (L1/N/PE);
b) één geleider met terugleiding via de scheepsromp, alleen voor plaatselijk begrensde installaties, zoals de startinstallaties van een verbrandingsmotor (L1/PEN);
c) twee geleiders geïsoleerd van de scheepsromp (L1/L2/PE).
2. Voor draaistroom (3-fasen wisselstroom) zijn de volgende verdeelsystemen toegestaan: a) vier geleiders met geaard sterpunt zonder terugleiding via de scheepsromp (L1/L2/L3/N/PE) = (TN-S-Net) of (TT-Net);
b) drie geleiders geïsoleerd van de scheepsromp (L1/L2/L3/PE) = (IT-Net);
c) drie geleiders met geaard sterpunt en terugleiding via de scheepsromp, echter niet voor eindstroomkringen (L1/L2/L3/PEN).
a) vier geleiders met geaard sterpunt zonder terugleiding via de scheepsromp (L1/L2/L3/N/PE) = (TN-S-Net) of (TT-Net);
b) drie geleiders geïsoleerd van de scheepsromp (L1/L2/L3/PE) = (IT-Net);
c) drie geleiders met geaard sterpunt en terugleiding via de scheepsromp, echter niet voor eindstroomkringen (L1/L2/L3/PEN).
3. De Commissie van deskundigen kan het gebruik van andere verdeelsystemen toestaan.