BWBR0041395
Geldig vanaf 2018-10-07
Artikel 21.07
Europese standaard tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen
1. Indien een vaartuig een samenstel moet voortbewegen of daarin moet worden voortbewogen, moet in het certificaat van onderzoek zijn aangetekend dat het daarvoor geschikt is overeenkomstig de artikelen 21.01 tot en met 21.06.
2. In het binnenschipcertificaat van het vaartuig dat voor de voortbeweging zorgtmoet worden aangetekend: a) de toegelaten samenstellen en formaties;
b) het soort koppelingen;
c) de vastgestelde grootste koppelingskrachten, en
d) eventueel de minimumbreeksterkte van de koppelingskabels van de langsverbindingen, alsmede het aantal windingen van de koppelingskabels.
a) de toegelaten samenstellen en formaties;
b) het soort koppelingen;
c) de vastgestelde grootste koppelingskrachten, en
d) eventueel de minimumbreeksterkte van de koppelingskabels van de langsverbindingen, alsmede het aantal windingen van de koppelingskabels.
2. In het binnenschipcertificaat van het vaartuig dat voor de voortbeweging zorgtmoet worden aangetekend: a) de toegelaten samenstellen en formaties;
b) het soort koppelingen;
c) de vastgestelde grootste koppelingskrachten, en
d) eventueel de minimumbreeksterkte van de koppelingskabels van de langsverbindingen, alsmede het aantal windingen van de koppelingskabels.
a) de toegelaten samenstellen en formaties;
b) het soort koppelingen;
c) de vastgestelde grootste koppelingskrachten, en
d) eventueel de minimumbreeksterkte van de koppelingskabels van de langsverbindingen, alsmede het aantal windingen van de koppelingskabels.