BWBR0041395
Geldig vanaf 2018-10-07
Artikel 22.10
Europese standaard tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen
1. Bij de onderstaande drijvende werktuigen kan worden afgezien van de toepassing van de artikelen 22.04 tot en met 22.08: a) door de werkinrichting waarvan geen enkele wijziging van de slagzij of de trim kan worden veroorzaakt, en
b) waarbij een verschuiving van het gewichtszwaartepunt verregaand kan worden uitgesloten.
a) door de werkinrichting waarvan geen enkele wijziging van de slagzij of de trim kan worden veroorzaakt, en
b) waarbij een verschuiving van het gewichtszwaartepunt verregaand kan worden uitgesloten.
2. Echter moet: a) bij maximale belading de veiligheidsafstand ten minste 300 mm en het vrijboord ten minste 150 mm bedragen; en
b) de veiligheidsafstand voor niet spatwater- en regendicht afsluitbare openingen ten minste 500 mm bedragen.
a) bij maximale belading de veiligheidsafstand ten minste 300 mm en het vrijboord ten minste 150 mm bedragen; en
b) de veiligheidsafstand voor niet spatwater- en regendicht afsluitbare openingen ten minste 500 mm bedragen.
b) waarbij een verschuiving van het gewichtszwaartepunt verregaand kan worden uitgesloten.
a) door de werkinrichting waarvan geen enkele wijziging van de slagzij of de trim kan worden veroorzaakt, en
b) waarbij een verschuiving van het gewichtszwaartepunt verregaand kan worden uitgesloten.
2. Echter moet: a) bij maximale belading de veiligheidsafstand ten minste 300 mm en het vrijboord ten minste 150 mm bedragen; en
b) de veiligheidsafstand voor niet spatwater- en regendicht afsluitbare openingen ten minste 500 mm bedragen.
a) bij maximale belading de veiligheidsafstand ten minste 300 mm en het vrijboord ten minste 150 mm bedragen; en
b) de veiligheidsafstand voor niet spatwater- en regendicht afsluitbare openingen ten minste 500 mm bedragen.