BWBR0038197
Geldig vanaf 2016-10-01
Artikel 5
Regeling omgevingsregime hoofdspoorwegen
1. Degene die de activiteiten, bedoeld in artikel 3, zal verrichten, meldt dit ten minste vier weken voor aanvang van de activiteit schriftelijk aan de minister.
2. Meldingen worden, onder vermelding van de regio waarbinnen de werkzaamheden plaatsvinden, gedaan aan het adres van de beheerder, zijnde:
Postbus 2038, 3500 GA, Utrecht.
3. Bij de melding worden de volgende gegevens verstrekt:
a. naam, adres, telefoonnummer en e-mailadres van degene die voornemens is de activiteiten te verrichten en van degene die zorg draagt voor het beheer en onderhoud van de activiteit;
b. de dag waarop met de activiteit wordt begonnen en de duur ervan;
c. het adres of de locatie waar de werkzaamheden worden uitgevoerd;
d. de aard en omvang van de activiteit;
e. een basisbeheerkaart, op een schaal van 1:1000 met spoorkilometrering, die bij de beheerder te verkrijgen is, waarop de activiteit wordt aangeduid;
f. een dwarsprofieltekening van de werken in combinatie met de spoorweg;
g. een werkplan, zo nodig door de minister te specificeren;
h. indien de activiteit het leggen, verleggen of aanpassen van kabels of leidingen betreft: een kabellegplan;
i. indien de activiteit het verwijderen van kabels of leidingen betreft: een kabelverwijderingsplan met daarbij een verklaring van juiste afdichting.
4. Wijzigingen in het moment van aanvang en de duur van de activiteit worden zo spoedig mogelijk gemeld.
5. De minister kan degene die een melding doet bij beschikking verzoeken nadere informatie te verstrekken over de te verrichten activiteit alvorens de vrijstelling geldt.
6. Indien de gemelde startdatum van de activiteit wordt overschreden met meer dan vier weken, wordt de melding als niet gedaan beschouwd.
7. In afwijking van het eerste lid is voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, onderdelen g en h, geen melding vereist.
8. De basisbeheerkaart, dwarsprofieltekening en werkplan, bedoeld in onderscheidenlijk de onderdelen e, f en g van het derde lid, zijn niet vereist bij de melding van de activiteiten, bedoeld in artikel 3, onderdelen i tot en met l.
2. Meldingen worden, onder vermelding van de regio waarbinnen de werkzaamheden plaatsvinden, gedaan aan het adres van de beheerder, zijnde:
Postbus 2038, 3500 GA, Utrecht.
3. Bij de melding worden de volgende gegevens verstrekt:
a. naam, adres, telefoonnummer en e-mailadres van degene die voornemens is de activiteiten te verrichten en van degene die zorg draagt voor het beheer en onderhoud van de activiteit;
b. de dag waarop met de activiteit wordt begonnen en de duur ervan;
c. het adres of de locatie waar de werkzaamheden worden uitgevoerd;
d. de aard en omvang van de activiteit;
e. een basisbeheerkaart, op een schaal van 1:1000 met spoorkilometrering, die bij de beheerder te verkrijgen is, waarop de activiteit wordt aangeduid;
f. een dwarsprofieltekening van de werken in combinatie met de spoorweg;
g. een werkplan, zo nodig door de minister te specificeren;
h. indien de activiteit het leggen, verleggen of aanpassen van kabels of leidingen betreft: een kabellegplan;
i. indien de activiteit het verwijderen van kabels of leidingen betreft: een kabelverwijderingsplan met daarbij een verklaring van juiste afdichting.
4. Wijzigingen in het moment van aanvang en de duur van de activiteit worden zo spoedig mogelijk gemeld.
5. De minister kan degene die een melding doet bij beschikking verzoeken nadere informatie te verstrekken over de te verrichten activiteit alvorens de vrijstelling geldt.
6. Indien de gemelde startdatum van de activiteit wordt overschreden met meer dan vier weken, wordt de melding als niet gedaan beschouwd.
7. In afwijking van het eerste lid is voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, onderdelen g en h, geen melding vereist.
8. De basisbeheerkaart, dwarsprofieltekening en werkplan, bedoeld in onderscheidenlijk de onderdelen e, f en g van het derde lid, zijn niet vereist bij de melding van de activiteiten, bedoeld in artikel 3, onderdelen i tot en met l.