BWBR0038197
Geldig vanaf 2016-10-01
Artikel 12
Regeling omgevingsregime hoofdspoorwegen
Degene die een activiteit als bedoeld in artikel 3, onderdelen i tot en met l, verricht, houdt zich daarbij aan de volgende regels:
a. er worden geen heiwerkzaamheden, bronbemalingen of graafwerkzaamheden dieper dan 0,60 meter verricht, gemeten vanaf het oppervlak;
b. er wordt ten minste een afstand van 5 meter gehouden vanaf de spanningvoerende delen en in het bijzonder van de bovenleiding, gemeten vanaf de buitenkant van het spanningvoerende deel;
c. er wordt voldoende afstand gehouden van de perronrand;
d. gebruik van kabelgoten of van de elektrische voeding van de beheerder wordt vooraf overeengekomen met de beheerder.
a. er worden geen heiwerkzaamheden, bronbemalingen of graafwerkzaamheden dieper dan 0,60 meter verricht, gemeten vanaf het oppervlak;
b. er wordt ten minste een afstand van 5 meter gehouden vanaf de spanningvoerende delen en in het bijzonder van de bovenleiding, gemeten vanaf de buitenkant van het spanningvoerende deel;
c. er wordt voldoende afstand gehouden van de perronrand;
d. gebruik van kabelgoten of van de elektrische voeding van de beheerder wordt vooraf overeengekomen met de beheerder.