BWBR0038197
Geldig vanaf 2016-10-01
Artikel 2
Regeling omgevingsregime hoofdspoorwegen
1. Er geldt een vrijstelling van het verbod, bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de wet, voor de activiteiten en de daarmee samenhangende werkzaamheden, bedoeld in artikel 3, indien en voor zolang de activiteiten en de werkzaamheden worden verricht in overeenstemming met het bepaalde in deze regeling en de krachtens deze regeling gestelde maatwerkvoorschriften.
2. De vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op activiteiten die worden verricht binnen het beperkingengebied van het hogesnelheidsnet of de Betuweroute, met uitzondering van de aan het hogesnelheidsnet of aan de Betuweroute gelegen stations en perrons.
3. In dit artikel wordt verstaan onder:
a. Betuweroute: de in het Besluit aanwijzing hoofdspoorwegen als hoofdspoorwegen aangewezen spoorwegen in bijlage 1, onderdelen 15 tot en met 17, alsmede de in dat besluit als hoofdspoorwegen aangewezen spoorwegen en de berijdbare delen van de spoorwegen in bijlage 2, onderdeel b, onderdelen 1 tot en met 6, en
b. hogesnelheidsnet: net van speciaal aangelegde hogesnelheidslijnen, die zijn uitgerust voor snelheden van gewoonlijk ten minste 250 kilometer per uur.
4. De vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor activiteiten en werkzaamheden die in samenhang worden verricht met activiteiten waarvoor een vergunning op grond van artikel 19, eerst lid, van de wetnoodzakelijk is. In dat geval wordt voor het geheel van de activiteiten en werkzaamheden een vergunning aangevraagd.
2. De vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op activiteiten die worden verricht binnen het beperkingengebied van het hogesnelheidsnet of de Betuweroute, met uitzondering van de aan het hogesnelheidsnet of aan de Betuweroute gelegen stations en perrons.
3. In dit artikel wordt verstaan onder:
a. Betuweroute: de in het Besluit aanwijzing hoofdspoorwegen als hoofdspoorwegen aangewezen spoorwegen in bijlage 1, onderdelen 15 tot en met 17, alsmede de in dat besluit als hoofdspoorwegen aangewezen spoorwegen en de berijdbare delen van de spoorwegen in bijlage 2, onderdeel b, onderdelen 1 tot en met 6, en
b. hogesnelheidsnet: net van speciaal aangelegde hogesnelheidslijnen, die zijn uitgerust voor snelheden van gewoonlijk ten minste 250 kilometer per uur.
4. De vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor activiteiten en werkzaamheden die in samenhang worden verricht met activiteiten waarvoor een vergunning op grond van artikel 19, eerst lid, van de wetnoodzakelijk is. In dat geval wordt voor het geheel van de activiteiten en werkzaamheden een vergunning aangevraagd.