BWBR0038197
Geldig vanaf 2016-10-01
Artikel 3
Regeling omgevingsregime hoofdspoorwegen
De vrijstelling, bedoeld in artikel 2, eerste lid, geldt voor de volgende activiteiten en de daarmee samenhangende werkzaamheden:
a. het in de beschermingszone leggen, in stand houden, wijzigen of verwijderen van kabels of leidingen;
b. het vanuit de beschermingszone opvullen van een beschermbuis met schuimbeton;
c. het vanuit de beschermingszone leggen, in stand houden, wijzigen of verwijderen van kabels of leidingen in een reeds aanwezige beschermbuis;
d. het in de beschermingszone aanleggen, in stand houden, wijzigen of verwijderen van beplanting;
e. het in de beschermingszone uitvoeren van graaf- en hijswerkzaamheden;
f. het in de beschermingszone oprichten, plaatsen, in stand houden, wijzigen of verwijderen van bouwwerken, gebouwen of objecten;
g. het in de beschermingszone uitvoeren van metingen en inspecties;
h. het in de kernzone uitvoeren van metingen en inspecties boven een spoorweg in een tunnel of onder een viaduct;
i. het verrichten van onderhoud op perrons of stations;
j. het vervangen van bestaande objecten op perrons of stations door gelijksoortige objecten;
k. het plaatsen van objecten van ondergeschikte aard op perrons of stations waarbij de opzet niet wezenlijk verandert, en
l. het verrichten van werkzaamheden van ondergeschikte aard op perrons of stations waarbij de opzet niet wezenlijk verandert.
a. het in de beschermingszone leggen, in stand houden, wijzigen of verwijderen van kabels of leidingen;
b. het vanuit de beschermingszone opvullen van een beschermbuis met schuimbeton;
c. het vanuit de beschermingszone leggen, in stand houden, wijzigen of verwijderen van kabels of leidingen in een reeds aanwezige beschermbuis;
d. het in de beschermingszone aanleggen, in stand houden, wijzigen of verwijderen van beplanting;
e. het in de beschermingszone uitvoeren van graaf- en hijswerkzaamheden;
f. het in de beschermingszone oprichten, plaatsen, in stand houden, wijzigen of verwijderen van bouwwerken, gebouwen of objecten;
g. het in de beschermingszone uitvoeren van metingen en inspecties;
h. het in de kernzone uitvoeren van metingen en inspecties boven een spoorweg in een tunnel of onder een viaduct;
i. het verrichten van onderhoud op perrons of stations;
j. het vervangen van bestaande objecten op perrons of stations door gelijksoortige objecten;
k. het plaatsen van objecten van ondergeschikte aard op perrons of stations waarbij de opzet niet wezenlijk verandert, en
l. het verrichten van werkzaamheden van ondergeschikte aard op perrons of stations waarbij de opzet niet wezenlijk verandert.