BWBR0035925
Geldig vanaf 2018-01-01
Artikel 4.2.a
Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB
1. De minister kan in 2022 op aanvraag een voorschot verlenen op de rechtstreekse betalingen van € 270 per in de verzamelaanvraag voor uitbetaling opgegeven subsidiabele hectare tot maximaal het aantal betalingsrechten waarover de landbouwer volgens de registratie bij RVO op 15 mei 2022 beschikt.
2. Betalingsrechten die in 2022 zijn aangevraagd uit de nationale reserve worden bij de bepaling van het voorschotbedrag niet in aanmerking genomen.
3. Het voorschot wordt slechts verleend voor zover de landbouwer bij de aanvraag op het voorschot een ingevulde verkorte de-minimisverklaring of een de-minimisverklaring als bedoeld in Verordening (EU) nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de landbouwsector (PbEU 2013, L 352) overlegt waaruit blijkt dat het totale bedrag van de-minimissteun dat wordt verleend niet hoger is dan € 20.000,– over een periode van drie belastingjaren.
4. Geen voorschot wordt verleend indien het op het eerste lid gebaseerde voorschotbedrag lager is dan € 400.
5. Op het voorschotbedrag worden openstaande vorderingen die met de rechtstreekse betalingen in 2022 moeten worden verrekend, in mindering gebracht.
6. Indien het uitbetaalde voorschot hoger is dan het bedrag waarop de landbouwer na toetsing aan alle subsidiabiliteitscriteria recht heeft, wordt het teveel betaalde bedrag teruggevorderd.
7. De aanvraag kan slechts worden ingediend na indiening van de verzamelaanvraag, in de periode van 7 tot en met 28 juni 2022 dan wel in de periode van 5 tot en met 26 september 2022, met een daartoe door de minister ter beschikking gesteld middel.
2. Betalingsrechten die in 2022 zijn aangevraagd uit de nationale reserve worden bij de bepaling van het voorschotbedrag niet in aanmerking genomen.
3. Het voorschot wordt slechts verleend voor zover de landbouwer bij de aanvraag op het voorschot een ingevulde verkorte de-minimisverklaring of een de-minimisverklaring als bedoeld in Verordening (EU) nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de landbouwsector (PbEU 2013, L 352) overlegt waaruit blijkt dat het totale bedrag van de-minimissteun dat wordt verleend niet hoger is dan € 20.000,– over een periode van drie belastingjaren.
4. Geen voorschot wordt verleend indien het op het eerste lid gebaseerde voorschotbedrag lager is dan € 400.
5. Op het voorschotbedrag worden openstaande vorderingen die met de rechtstreekse betalingen in 2022 moeten worden verrekend, in mindering gebracht.
6. Indien het uitbetaalde voorschot hoger is dan het bedrag waarop de landbouwer na toetsing aan alle subsidiabiliteitscriteria recht heeft, wordt het teveel betaalde bedrag teruggevorderd.
7. De aanvraag kan slechts worden ingediend na indiening van de verzamelaanvraag, in de periode van 7 tot en met 28 juni 2022 dan wel in de periode van 5 tot en met 26 september 2022, met een daartoe door de minister ter beschikking gesteld middel.