BWBR0035925
Geldig vanaf 2018-01-01
Artikel 2.20
Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB
1. De certificeringsinstantie verstrekt een certificaat aan landbouwers die deelnemen aan de certificeringsregeling, bedoeld in artikel 2.19, eerste lid.
2. De certificeringsinstantie controleert jaarlijks of de landbouwer voldoet aan de certificeringsregeling.
3. Indien blijkt dat de landbouwer niet of niet volledig voldoet aan de certificeringsregeling:
a. stelt de certificeringsinstantie de desbetreffende landbouwer en de minister hiervan binnen vier weken na de constatering van de niet-naleving in kennis, en
b. kan de certificeringsinstantie besluiten geen certificaat af te geven aan de landbouwer voor het jaar waarop de niet-naleving betrekking heeft.
4. De minister kan de aanwijzing van een certificeringsinstantie als bedoeld in artikel 2.19, vierde lid, intrekken indien de certificeringsinstantie niet voldoet aan de verplichtingen, bedoeld in het eerste tot en met derde lid. De intrekking, alsmede de gevolgen van de intrekking voor de aan de certificeringsregeling deelnemende landbouwers, worden bekendgemaakt.
2. De certificeringsinstantie controleert jaarlijks of de landbouwer voldoet aan de certificeringsregeling.
3. Indien blijkt dat de landbouwer niet of niet volledig voldoet aan de certificeringsregeling:
a. stelt de certificeringsinstantie de desbetreffende landbouwer en de minister hiervan binnen vier weken na de constatering van de niet-naleving in kennis, en
b. kan de certificeringsinstantie besluiten geen certificaat af te geven aan de landbouwer voor het jaar waarop de niet-naleving betrekking heeft.
4. De minister kan de aanwijzing van een certificeringsinstantie als bedoeld in artikel 2.19, vierde lid, intrekken indien de certificeringsinstantie niet voldoet aan de verplichtingen, bedoeld in het eerste tot en met derde lid. De intrekking, alsmede de gevolgen van de intrekking voor de aan de certificeringsregeling deelnemende landbouwers, worden bekendgemaakt.