BWBR0035925
Geldig vanaf 2018-01-01
Artikel 2.16
Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB
1. De minister verplicht in de situatie, bedoeld in artikel 45, derde lid, van Verordening (EU) nr. 1307/2013, de landbouwer die beschikt over land dat van blijvend grasland is omgezet in land voor andere vormen van grondgebruik overeenkomstig artikel 44, tweede en derde lid, van Verordening (EU) nr. 639/2014 tot het omzetten van land in blijvend grasland.
2. De verplichting, bedoeld in het eerste lid, wordt opgelegd aan de landbouwer die het perceel in gebruik heeft dat blijkens een verzamelaanvraag is omgezet van blijvend grasland in land voor andere vormen van grondgebruik in het jaar waarin de situatie, bedoeld in artikel 45, derde lid, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 zich voordoet.
3. De minister stelt de betrokken landbouwer in kennis van de oppervlakte waarop deze verplichting betrekking heeft.
4. De landbouwer die de verplichting uit het eerste lid krijgt opgelegd, zet de vereiste oppervlakte om in blijvend grasland voor het moment van indienen van de eerstvolgende verzamelaanvraag en overeenkomstig de voorwaarden die in de kennisgeving, bedoeld in het derde lid, zijn geformuleerd.
2. De verplichting, bedoeld in het eerste lid, wordt opgelegd aan de landbouwer die het perceel in gebruik heeft dat blijkens een verzamelaanvraag is omgezet van blijvend grasland in land voor andere vormen van grondgebruik in het jaar waarin de situatie, bedoeld in artikel 45, derde lid, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 zich voordoet.
3. De minister stelt de betrokken landbouwer in kennis van de oppervlakte waarop deze verplichting betrekking heeft.
4. De landbouwer die de verplichting uit het eerste lid krijgt opgelegd, zet de vereiste oppervlakte om in blijvend grasland voor het moment van indienen van de eerstvolgende verzamelaanvraag en overeenkomstig de voorwaarden die in de kennisgeving, bedoeld in het derde lid, zijn geformuleerd.