BWBR0035925
Geldig vanaf 2018-01-01
Artikel 2.6
Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB
1. Onverminderd artikel 24, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 worden op aanvraag tevens betalingsrechten toegekend aan landbouwers die:
a. overeenkomstig artikel 24, eerste lid, derde alinea, aanhef en onderdeel a, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 en blijkens de landbouwtelling, bedoeld in artikel 24 van de Landbouwwet, van het jaar 2013 op ten minste 0,3 hectare landbouwareaal de gewassen, bedoeld in artikel 24, eerste lid, derde alinea, onderdeel a, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 hebben geteeld, en
b. overeenkomstig artikel 24, eerste lid, derde alinea, aanhef en onderdeel c, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 nooit hebben beschikt over betalingsrechten en in het jaar 2013 aantoonbaar ten genoegen van de minister landbouwproducten hebben geproduceerd, gefokt, of geteeld, inclusief door het oogsten, het melken en het houden van dieren voor landbouwdoeleinden.
2. De datum, bedoeld in artikel 24, tweede lid, van Verordening (EU) nr. 1307/2013, is 15 mei 2015.
3. Overeenkomstig artikel 24, zevende lid, Verordening (EU) nr. 1307/2013 worden voor bouwland dat zich bevindt onder een permanente kas geen betalingsrechten toegewezen.
4. De minimumgrootte van het bedrijf waarvoor een landbouwer een aanvraag tot toewijzing van betalingsrechten kan indienen, bedoeld in artikel 24, negende lid, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 is 0,3 subsidiabele hectare.
a. overeenkomstig artikel 24, eerste lid, derde alinea, aanhef en onderdeel a, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 en blijkens de landbouwtelling, bedoeld in artikel 24 van de Landbouwwet, van het jaar 2013 op ten minste 0,3 hectare landbouwareaal de gewassen, bedoeld in artikel 24, eerste lid, derde alinea, onderdeel a, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 hebben geteeld, en
b. overeenkomstig artikel 24, eerste lid, derde alinea, aanhef en onderdeel c, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 nooit hebben beschikt over betalingsrechten en in het jaar 2013 aantoonbaar ten genoegen van de minister landbouwproducten hebben geproduceerd, gefokt, of geteeld, inclusief door het oogsten, het melken en het houden van dieren voor landbouwdoeleinden.
2. De datum, bedoeld in artikel 24, tweede lid, van Verordening (EU) nr. 1307/2013, is 15 mei 2015.
3. Overeenkomstig artikel 24, zevende lid, Verordening (EU) nr. 1307/2013 worden voor bouwland dat zich bevindt onder een permanente kas geen betalingsrechten toegewezen.
4. De minimumgrootte van het bedrijf waarvoor een landbouwer een aanvraag tot toewijzing van betalingsrechten kan indienen, bedoeld in artikel 24, negende lid, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 is 0,3 subsidiabele hectare.