BWBR0035848
Geldig vanaf 2019-05-02
Artikel 44e
Beleidsregel aanwijzing bijzondere bromfietsen
1. De aanwijzing specificeert het type van de aangewezen bijzondere bromfiets. In de aanwijzing wordt als voorschrift opgenomen dat alle exemplaren die van dat type op de markt worden aangeboden wat betreft de onderdelen en eigenschappen, genoemd in het tweede lid, conform zijn aan het door de RDW beoordeelde en in de aanwijzing gespecificeerde type.
2. In de aanwijzing wordt als voorschrift opgenomen dat de aanvrager een voorgenomen wijziging van de aangewezen bijzondere bromfiets meldt aan de minister, tenzij het betreft:
a. het wijzigen van de kleur van de bijzondere bromfiets;
b. het aanbrengen van andere handvatten, mits de afmetingen van het voertuig niet veranderen;
c. het aanbrengen van bestickering, reclame en dergelijke, mits die niet reflecterend of retroreflecterend is;
d. het aanbrengen van banden van een ander merk dan was gemonteerd op het beoordeelde voertuig, mits de specificaties van de banden overeenstemmen met die van het beoordeelde voertuig.
3. De minister beoordeelt aan de hand van de melding of de aanwijzing wordt gewijzigd of dat een nieuwe aanwijzing nodig is voor toelating van de gewijzigde bijzondere bromfiets tot het verkeer op de weg. Bij een wijziging van de aanwijzing die een wijziging van de technische specificaties van de aangewezen bijzondere bromfiets inhoudt, wordt het extensienummer, bedoeld in artikel 44d, derde lid, gewijzigd.
4. In de aanwijzing wordt als voorschrift opgenomen dat als de aanvrager de productie van de aangewezen bijzondere bromfiets vrijwillig stopzet, hij dit terstond meldt aan de minister. De minister past in de aanwijzing de geldigheidsduur, bedoeld in artikel 44c, eerste lid, overeenkomstig aan, opdat geen nieuwe bijzondere bromfietsen onder de desbetreffende aanwijzing vallen.
2. In de aanwijzing wordt als voorschrift opgenomen dat de aanvrager een voorgenomen wijziging van de aangewezen bijzondere bromfiets meldt aan de minister, tenzij het betreft:
a. het wijzigen van de kleur van de bijzondere bromfiets;
b. het aanbrengen van andere handvatten, mits de afmetingen van het voertuig niet veranderen;
c. het aanbrengen van bestickering, reclame en dergelijke, mits die niet reflecterend of retroreflecterend is;
d. het aanbrengen van banden van een ander merk dan was gemonteerd op het beoordeelde voertuig, mits de specificaties van de banden overeenstemmen met die van het beoordeelde voertuig.
3. De minister beoordeelt aan de hand van de melding of de aanwijzing wordt gewijzigd of dat een nieuwe aanwijzing nodig is voor toelating van de gewijzigde bijzondere bromfiets tot het verkeer op de weg. Bij een wijziging van de aanwijzing die een wijziging van de technische specificaties van de aangewezen bijzondere bromfiets inhoudt, wordt het extensienummer, bedoeld in artikel 44d, derde lid, gewijzigd.
4. In de aanwijzing wordt als voorschrift opgenomen dat als de aanvrager de productie van de aangewezen bijzondere bromfiets vrijwillig stopzet, hij dit terstond meldt aan de minister. De minister past in de aanwijzing de geldigheidsduur, bedoeld in artikel 44c, eerste lid, overeenkomstig aan, opdat geen nieuwe bijzondere bromfietsen onder de desbetreffende aanwijzing vallen.