BWBR0035848
Geldig vanaf 2019-05-02
Artikel 4
Beleidsregel aanwijzing bijzondere bromfietsen
1. De aanvraag, bedoeld in artikel 3, eerste lid, vermeldt waarom voor het betreffende motorvoertuig, al dan niet met aanpassingen, geen typegoedkeuring als bedoeld in Verordening (EU) nr. 168/2013 vereist is.
2. De aanvraag beschrijft aan welke technische eisen uit Verordening (EU) nr. 168/2013 niet kan worden voldaan door het innovatieve karakter van het voertuig of door de toepassing van innovatieve technieken. Bij de aanvraag wordt met een risicobeoordeling aangetoond op welke wijze het veiligheids- en milieubeschermingsniveau dat ingevolge Verordening (EU) nr. 168/2013 wordt vereist wordt gewaarborgd. In de risicobeoordeling wordt in ieder geval aandacht besteed aan de constructie en de werking van de mechanische en elektronische onderdelen van het voertuig.
3. De aanvraag gaat vergezeld van een:
a. dossier dat door middel van testrapporten aantoont dat is voldaan aan het bepaalde in de artikelen 17, tweede lid, aanhef en onderdelen b en c, 18, vierde lid, aanhef, 19, 21, eerste lid, 21a, aanhef en onderdeel c, 28, tweede lid, 31, eerste lid en zevende lid, tweede zin, 31a, vierde en zesde lid, 33, derde lid, aanhef en onderdeel c, en 40, tenzij de goedkeuring ervan genoegzaam blijkt uit bijvoorbeeld een merkteken of certificaat;
b. volledig ingevuld en ondertekend inlichtingenformulier, opgenomen in bijlage 1 bij deze beleidsregel, alsmede van de in dat inlichtingenformulier genoemde documenten.
4. De aanvraag voor een type gaat tevens vergezeld van een:
a. model van de conformiteitsverklaring van de bijzondere bromfiets;
b. verklaring waarin de aanvrager bevestigt dat de duurzaamheid van de systemen, voertuigonderdelen en uitrustingsstukken die essentieel zijn voor de functionele veiligheid afdoende is getest en voor een periode van ten minste vijf jaar of 20.000 gereden kilometers worden gegarandeerd bij normaal gebruik;
c. dossier dat aantoont dat de aanvrager of de fabrikant indien de aanvrager niet de fabrikant is, beschikt over een kwaliteitssysteem waarin afdoende regelingen inzake incident-, configuratie- en probleemmanagement zijn getroffen om te waarborgen dat de voertuigen, systemen, onderdelen of technische eenheden in productie conform zijn met de aan te wijzen bijzondere bromfiets;
d. indien de aanvrager niet de fabrikant is, documentatie waaruit de zakelijke relatie tussen de aanvrager en de fabrikant blijkt, waaruit blijkt dat de fabrikant: 1°. de aanvrager heeft gemachtigd om de fabrikant voor de minister en de RDW te vertegenwoordigen;
2°. instemt met de aanvraag tot aanwijzing van het voertuig;
3°. mee zal werken aan controles op de conformiteit van de productie; en
1°. de aanvrager heeft gemachtigd om de fabrikant voor de minister en de RDW te vertegenwoordigen;
2°. instemt met de aanvraag tot aanwijzing van het voertuig;
3°. mee zal werken aan controles op de conformiteit van de productie; en
e. gebruiksaanwijzing van de bijzondere bromfiets.
5. Indien door het innovatieve karakter van het voertuig of door de toepassing van innovatieve technieken niet aan de technische toetsingscriteria, bedoeld in paragraaf 4, wordt voldaan, gaat de aanvraag vergezeld van een rapport van een deskundige en onafhankelijke instantie dat ten genoegen van de minister op basis van:
a. een risicobeoordeling beschrijft aan welke toetsingscriteria niet wordt voldaan en hoe eenzelfde niveau van veiligheid als vereist door de technische toetsingscriteria, bedoeld in paragraaf 4, wordt gewaarborgd door middel van daarbij te beschrijven innovatieve oplossingen; en
b. een risico-inventarisatie aantoont, mede op basis van uitgevoerde rijtesten, hoe aandacht is besteed aan het gebruik van het voertuig in het verkeer, waarin in ieder geval aandacht wordt besteed aan de besturing, bestuurbaarheid en stabiliteit van het voertuig en de veiligheid in het verkeer.
2. De aanvraag beschrijft aan welke technische eisen uit Verordening (EU) nr. 168/2013 niet kan worden voldaan door het innovatieve karakter van het voertuig of door de toepassing van innovatieve technieken. Bij de aanvraag wordt met een risicobeoordeling aangetoond op welke wijze het veiligheids- en milieubeschermingsniveau dat ingevolge Verordening (EU) nr. 168/2013 wordt vereist wordt gewaarborgd. In de risicobeoordeling wordt in ieder geval aandacht besteed aan de constructie en de werking van de mechanische en elektronische onderdelen van het voertuig.
3. De aanvraag gaat vergezeld van een:
a. dossier dat door middel van testrapporten aantoont dat is voldaan aan het bepaalde in de artikelen 17, tweede lid, aanhef en onderdelen b en c, 18, vierde lid, aanhef, 19, 21, eerste lid, 21a, aanhef en onderdeel c, 28, tweede lid, 31, eerste lid en zevende lid, tweede zin, 31a, vierde en zesde lid, 33, derde lid, aanhef en onderdeel c, en 40, tenzij de goedkeuring ervan genoegzaam blijkt uit bijvoorbeeld een merkteken of certificaat;
b. volledig ingevuld en ondertekend inlichtingenformulier, opgenomen in bijlage 1 bij deze beleidsregel, alsmede van de in dat inlichtingenformulier genoemde documenten.
4. De aanvraag voor een type gaat tevens vergezeld van een:
a. model van de conformiteitsverklaring van de bijzondere bromfiets;
b. verklaring waarin de aanvrager bevestigt dat de duurzaamheid van de systemen, voertuigonderdelen en uitrustingsstukken die essentieel zijn voor de functionele veiligheid afdoende is getest en voor een periode van ten minste vijf jaar of 20.000 gereden kilometers worden gegarandeerd bij normaal gebruik;
c. dossier dat aantoont dat de aanvrager of de fabrikant indien de aanvrager niet de fabrikant is, beschikt over een kwaliteitssysteem waarin afdoende regelingen inzake incident-, configuratie- en probleemmanagement zijn getroffen om te waarborgen dat de voertuigen, systemen, onderdelen of technische eenheden in productie conform zijn met de aan te wijzen bijzondere bromfiets;
d. indien de aanvrager niet de fabrikant is, documentatie waaruit de zakelijke relatie tussen de aanvrager en de fabrikant blijkt, waaruit blijkt dat de fabrikant: 1°. de aanvrager heeft gemachtigd om de fabrikant voor de minister en de RDW te vertegenwoordigen;
2°. instemt met de aanvraag tot aanwijzing van het voertuig;
3°. mee zal werken aan controles op de conformiteit van de productie; en
1°. de aanvrager heeft gemachtigd om de fabrikant voor de minister en de RDW te vertegenwoordigen;
2°. instemt met de aanvraag tot aanwijzing van het voertuig;
3°. mee zal werken aan controles op de conformiteit van de productie; en
e. gebruiksaanwijzing van de bijzondere bromfiets.
5. Indien door het innovatieve karakter van het voertuig of door de toepassing van innovatieve technieken niet aan de technische toetsingscriteria, bedoeld in paragraaf 4, wordt voldaan, gaat de aanvraag vergezeld van een rapport van een deskundige en onafhankelijke instantie dat ten genoegen van de minister op basis van:
a. een risicobeoordeling beschrijft aan welke toetsingscriteria niet wordt voldaan en hoe eenzelfde niveau van veiligheid als vereist door de technische toetsingscriteria, bedoeld in paragraaf 4, wordt gewaarborgd door middel van daarbij te beschrijven innovatieve oplossingen; en
b. een risico-inventarisatie aantoont, mede op basis van uitgevoerde rijtesten, hoe aandacht is besteed aan het gebruik van het voertuig in het verkeer, waarin in ieder geval aandacht wordt besteed aan de besturing, bestuurbaarheid en stabiliteit van het voertuig en de veiligheid in het verkeer.