BWBR0035848
Geldig vanaf 2019-05-02
Artikel 31a
Beleidsregel aanwijzing bijzondere bromfietsen
1. Een bijzondere bromfiets die is bedoeld voor individueel vervoer of goederenvervoer biedt geen ruimte voor passagiers.
2. Een bijzondere bromfiets die is bedoeld voor personenvervoer biedt ten hoogste acht zitplaatsen voor passagiers.
3. De zitplaats:
a. biedt voldoende ruimte voor de te vervoeren persoon;
b. is voorzien van een heupgordel; en
c. indien die is bedoeld voor een kind, is voorzien van een duidelijke vermelding van het maximale gewicht waarvoor de zitplaats is bedoeld.
4. Het materiaal, de sluiting en de bevestiging van de gordel voldoen aan VN/ECE-reglement nr. 16 of nr. 44.
5. De bevestigingspunten van de heupgordel zijn zodanig gepositioneerd dat de gordel effectief op de heup van de passagier kan aanliggen.
6. De bevestiging van de gordel voldoet voor wat betreft de sterkte aan VN/ECE-reglement nr. 14, ongeacht de plaatsing van de zitplaatsen, waarbij voor de belasting die op de bevestiging van de gordel wordt uitgeoefend rekening gehouden mag worden met de maximumconstructiesnelheid van het voertuig en indien van toepassing het gewicht, bedoeld in het derde lid, onderdeel c, met dien verstande dat als gewicht minimaal 36 kg wordt gebruikt.
2. Een bijzondere bromfiets die is bedoeld voor personenvervoer biedt ten hoogste acht zitplaatsen voor passagiers.
3. De zitplaats:
a. biedt voldoende ruimte voor de te vervoeren persoon;
b. is voorzien van een heupgordel; en
c. indien die is bedoeld voor een kind, is voorzien van een duidelijke vermelding van het maximale gewicht waarvoor de zitplaats is bedoeld.
4. Het materiaal, de sluiting en de bevestiging van de gordel voldoen aan VN/ECE-reglement nr. 16 of nr. 44.
5. De bevestigingspunten van de heupgordel zijn zodanig gepositioneerd dat de gordel effectief op de heup van de passagier kan aanliggen.
6. De bevestiging van de gordel voldoet voor wat betreft de sterkte aan VN/ECE-reglement nr. 14, ongeacht de plaatsing van de zitplaatsen, waarbij voor de belasting die op de bevestiging van de gordel wordt uitgeoefend rekening gehouden mag worden met de maximumconstructiesnelheid van het voertuig en indien van toepassing het gewicht, bedoeld in het derde lid, onderdeel c, met dien verstande dat als gewicht minimaal 36 kg wordt gebruikt.