BWBR0032140
Geldig vanaf 2021-08-20
Artikel 8.31
Regeling zeevarenden
1. Voor de afgifte van het certificaat reddingmiddelen:
a. voldoet de aanvrager aan voorschrift VI/2, lid 1, onderdeel 3, van de bijlage bij het STCW-Verdrag; en
b. heeft de aanvrager met goed gevolg een door Onze Minister erkende training afgerond die voldoet aan sectie A-VI/2, onderdelen 1 tot en met 4, van de STCW-Code.
2. Voor de afgifte van het certificaat van de herhalingstraining reddingmiddelen:
a. voldoet de aanvrager aan voorschrift VI/2, lid 1, onderdeel 3, van de bijlage bij het STCW-Verdrag; en
b. heeft de aanvrager met goed gevolg een door Onze Minister erkende training afgerond die voldoet aan sectie A-VI/2, onderdeel 5, van de STCW-Code.
3. Sectie A-VI/2, onderdeel 6, van de STCW-Code is van toepassing.
a. voldoet de aanvrager aan voorschrift VI/2, lid 1, onderdeel 3, van de bijlage bij het STCW-Verdrag; en
b. heeft de aanvrager met goed gevolg een door Onze Minister erkende training afgerond die voldoet aan sectie A-VI/2, onderdelen 1 tot en met 4, van de STCW-Code.
2. Voor de afgifte van het certificaat van de herhalingstraining reddingmiddelen:
a. voldoet de aanvrager aan voorschrift VI/2, lid 1, onderdeel 3, van de bijlage bij het STCW-Verdrag; en
b. heeft de aanvrager met goed gevolg een door Onze Minister erkende training afgerond die voldoet aan sectie A-VI/2, onderdeel 5, van de STCW-Code.
3. Sectie A-VI/2, onderdeel 6, van de STCW-Code is van toepassing.