BWBR0032140
Geldig vanaf 2021-08-20
Artikel 1.3b
Regeling zeevarenden
Aan de scheepsbeheerder van een garnalenkotter wordt vrijstelling verleend van de verplichting de garnalenkotter te bemannen overeenkomstig de in artikel 2a van het besluitvoorgeschreven bemanningssamenstelling voor telkens een periode, gerekend vanaf het tijdstip van uitvaren van de garnalenkotter, van ten hoogste 48 uur indien:
a. de bemanning ten minste bestaat uit een schipper en een plaatsvervangend schipper;
b. de bemanningsleden bij aanwezigheid op het dek een opblaasbare reddinggordel dragen die voldoet aan het bepaalde in artikel 212 van het Vissersvaartuigenbesluit of die is voorzien van een stuurwielmarkering als bedoeld in artikel 1 van de Wet scheepsuitrusting 2016 en die is voorzien van een persoonlijk noodradiobaken.
c. de garnalenkotter is voorzien van: i. een koppeling van het wachtalarm met de automatische stuurinrichting;
ii. een geautomatiseerde spoel- en sorteermachine voor de scheiding van garnalen en vis;
iii. een geautomatiseerde kookinrichting waarbij geen handmatige handelingen hoeven te worden verricht; en
iv. een veilige verschansing of zeereling als bedoeld in artikel 190 van het Vissersvaartuigenbesluit;
i. een koppeling van het wachtalarm met de automatische stuurinrichting;
ii. een geautomatiseerde spoel- en sorteermachine voor de scheiding van garnalen en vis;
iii. een geautomatiseerde kookinrichting waarbij geen handmatige handelingen hoeven te worden verricht; en
iv. een veilige verschansing of zeereling als bedoeld in artikel 190 van het Vissersvaartuigenbesluit;
d. de tijdspanne tussen binnenkomst en weer uitvaren van de garnalenkotter ten minste 10 uren bedraagt.
a. de bemanning ten minste bestaat uit een schipper en een plaatsvervangend schipper;
b. de bemanningsleden bij aanwezigheid op het dek een opblaasbare reddinggordel dragen die voldoet aan het bepaalde in artikel 212 van het Vissersvaartuigenbesluit of die is voorzien van een stuurwielmarkering als bedoeld in artikel 1 van de Wet scheepsuitrusting 2016 en die is voorzien van een persoonlijk noodradiobaken.
c. de garnalenkotter is voorzien van: i. een koppeling van het wachtalarm met de automatische stuurinrichting;
ii. een geautomatiseerde spoel- en sorteermachine voor de scheiding van garnalen en vis;
iii. een geautomatiseerde kookinrichting waarbij geen handmatige handelingen hoeven te worden verricht; en
iv. een veilige verschansing of zeereling als bedoeld in artikel 190 van het Vissersvaartuigenbesluit;
i. een koppeling van het wachtalarm met de automatische stuurinrichting;
ii. een geautomatiseerde spoel- en sorteermachine voor de scheiding van garnalen en vis;
iii. een geautomatiseerde kookinrichting waarbij geen handmatige handelingen hoeven te worden verricht; en
iv. een veilige verschansing of zeereling als bedoeld in artikel 190 van het Vissersvaartuigenbesluit;
d. de tijdspanne tussen binnenkomst en weer uitvaren van de garnalenkotter ten minste 10 uren bedraagt.