BWBR0032140
Geldig vanaf 2021-08-20
Artikel 10.1
Regeling zeevarenden
Voor de verkrijging van een vaarbevoegdheidsbewijs of een bekwaamheidsbewijs, legt de aanvrager de volgende bescheiden over aan Onze Minister:
a. een door hem ingevuld en ondertekend aanvraagformulier;
b. een geldig identiteitsbewijs waaruit zijn nationaliteit blijkt;
c. een recente pasfoto;
d. het originele kennisbewijs of bekwaamheidsbewijs op grond waarvan afgifte wordt gevraagd;
e. de voor het gewenste vaarbevoegdheidsbewijs vereiste bekwaamheidsbewijzen en schriftelijke bewijzen;
f. de originele geldige geneeskundige verklaring van geschiktheid voor de zeevaart, bedoeld in artikel 40, eerste lid, van de wet; en
g. een bewijs dat is voldaan aan de vereiste ervaring voor het gewenste bewijs.
a. een door hem ingevuld en ondertekend aanvraagformulier;
b. een geldig identiteitsbewijs waaruit zijn nationaliteit blijkt;
c. een recente pasfoto;
d. het originele kennisbewijs of bekwaamheidsbewijs op grond waarvan afgifte wordt gevraagd;
e. de voor het gewenste vaarbevoegdheidsbewijs vereiste bekwaamheidsbewijzen en schriftelijke bewijzen;
f. de originele geldige geneeskundige verklaring van geschiktheid voor de zeevaart, bedoeld in artikel 40, eerste lid, van de wet; en
g. een bewijs dat is voldaan aan de vereiste ervaring voor het gewenste bewijs.