BWBR0032140
Geldig vanaf 2021-08-20
Artikel 8.14
Regeling zeevarenden
Voor de afgifte van het kennisbewijs wachtlopend gezel machinekamer alle schepen:
a. voldoet de aanvrager aan de volgende onderdelen van voorschriften van de bijlage bij het STCW-Verdrag: 1°. voorschrift III/4, lid 2, onderdelen 2.2.2, en 3; en
2°. voorschrift III/4, lid 3;
1°. voorschrift III/4, lid 2, onderdelen 2.2.2, en 3; en
2°. voorschrift III/4, lid 3;
b. heeft de aanvrager met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een opleiding die voldoet aan sectie A-III/4, onderdelen 1 tot en met 4 van de STCW-Code; en
c. heeft de aanvrager als onderdeel van de in onderdeel b bedoelde opleiding gedurende ten minste 2 maanden ervaring opgedaan met betrekking tot het verrichten van werkzaamheden op het gebied van de machinekamerwacht, onder bijhouding van een door de hoofdwerktuigkundige of een eerste maritiem officier af te tekenen stageboek.
a. voldoet de aanvrager aan de volgende onderdelen van voorschriften van de bijlage bij het STCW-Verdrag: 1°. voorschrift III/4, lid 2, onderdelen 2.2.2, en 3; en
2°. voorschrift III/4, lid 3;
1°. voorschrift III/4, lid 2, onderdelen 2.2.2, en 3; en
2°. voorschrift III/4, lid 3;
b. heeft de aanvrager met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een opleiding die voldoet aan sectie A-III/4, onderdelen 1 tot en met 4 van de STCW-Code; en
c. heeft de aanvrager als onderdeel van de in onderdeel b bedoelde opleiding gedurende ten minste 2 maanden ervaring opgedaan met betrekking tot het verrichten van werkzaamheden op het gebied van de machinekamerwacht, onder bijhouding van een door de hoofdwerktuigkundige of een eerste maritiem officier af te tekenen stageboek.