BWBR0032140
Geldig vanaf 2021-08-20
Artikel 3.16
Regeling zeevarenden
1. Voor schepen van minder dan 3000 GT kan de minister, na overleg met de betrokken organisaties van scheepsbeheerders en zeevarenden, ontheffing verlenen van het bepaalde in norm A3.1, lid 15, van het Maritiem Arbeidsverdrag ten aanzien van kantoren.
2. Voor schepen van minder dan 200 GT kan de minister, na overleg met de betrokken organisaties van scheepsbeheerders en zeevarenden, en met inachtneming van de grootte van het schip en het aantal opvarenden aan boord, ontheffing verlenen van norm A.3.1, lid 13, van het Maritiem Arbeidsverdrag ten aanzien van wasvoorzieningen, indien de zeevarenden van het desbetreffende schip aan de wal voldoende toegang hebben tot wasvoorzieningen.
2. Voor schepen van minder dan 200 GT kan de minister, na overleg met de betrokken organisaties van scheepsbeheerders en zeevarenden, en met inachtneming van de grootte van het schip en het aantal opvarenden aan boord, ontheffing verlenen van norm A.3.1, lid 13, van het Maritiem Arbeidsverdrag ten aanzien van wasvoorzieningen, indien de zeevarenden van het desbetreffende schip aan de wal voldoende toegang hebben tot wasvoorzieningen.