BWBR0032140
Geldig vanaf 2021-08-20
Artikel 5.6
Regeling zeevarenden
1. Een aanvraag voor een certificaat maritieme arbeid of een voorlopig certificaat maritieme arbeid wordt schriftelijk ingediend bij een op grond van artikel 48d, eerste lid van de wetaangewezen ambtenaar of rechtspersoon. Daarbij verstrekt de scheepsbeheerder de volgende gegevens en documenten:
a. naam van het schip;
b. IMO-nummer van het schip;
c. de naam van de scheepsbeheerder;
d. technische gegevens van het schip, inclusief de op grond van artikel 3.23 goedgekeurde plannen;
e. de datum van de kiellegging.
2. Op basis van de gegevens bedoeld in het eerste lid, ontvangt de scheepsbeheerder een verklaring naleving maritieme arbeid deel I, aan de hand waarvan de scheepsbeheerder een verklaring naleving maritieme arbeid deel II opstelt die in overeenstemming is met het bepaalde in artikel 5.2en 5.8, vierde lid, en, voor zover van toepassing, artikel 5.5, derde lid.
3. Nadat de in het eerste lid bedoelde ambtenaar of rechtspersoon, de verklaring naleving maritieme arbeid deel II heeft ontvangen, worden de in artikel 5.3of artikel 5.5, vierde lid, bedoelde onderzoeken uitgevoerd.
a. naam van het schip;
b. IMO-nummer van het schip;
c. de naam van de scheepsbeheerder;
d. technische gegevens van het schip, inclusief de op grond van artikel 3.23 goedgekeurde plannen;
e. de datum van de kiellegging.
2. Op basis van de gegevens bedoeld in het eerste lid, ontvangt de scheepsbeheerder een verklaring naleving maritieme arbeid deel I, aan de hand waarvan de scheepsbeheerder een verklaring naleving maritieme arbeid deel II opstelt die in overeenstemming is met het bepaalde in artikel 5.2en 5.8, vierde lid, en, voor zover van toepassing, artikel 5.5, derde lid.
3. Nadat de in het eerste lid bedoelde ambtenaar of rechtspersoon, de verklaring naleving maritieme arbeid deel II heeft ontvangen, worden de in artikel 5.3of artikel 5.5, vierde lid, bedoelde onderzoeken uitgevoerd.