BWBR0028907
Geldig vanaf 31-10-2010
Artikel 49
Regeling securitisaties Wft 2010
1. Indien een financiële onderneming de risicogewogen posten berekent overeenkomstig de standaardbenadering, bedoeld in hoofdstuk 4, past zij artikel 48 toe overeenkomstig het tweede tot en met vijfde lid van dit artikel.
2. Het belang van de initiator is, met inachtneming van het derde lid, gelijk aan de waarde van de post van het theoretische gedeelte van een in een securitisatie verkochte pool van opgenomen bedragen, waarvan de verhouding tot het bedrag van de totale in het kader van de structuur verkochte pool het gedeelte van de kasstromen bepaalt die worden gegenereerd door de inning van aflossingsbetalingen op de hoofdsom en van rentebetalingen en andere daarmee samenhangende bedragen, die niet beschikbaar zijn om betalingen te verrichten aan de houders van securitisatieposities.
3. Als belang van de initiator kunnen uitsluitend belangen worden aangemerkt, die niet achtergesteld zijn ten opzichte van het belang van de investeerders.
4. Onder het belang van de investeerders, bedoeld in het derde lid, wordt verstaan: de waarde van de post van het theoretische gedeelte van de pool van opgenomen bedragen dat niet onder het tweede lid valt.
5. De vordering van de initiërende financiële onderneming die verband houdt met haar rechten ten aanzien van het belang van de initiator als bedoeld in het tweede lid, wordt niet als een securitisatiepositie aangemerkt maar als een vordering die evenredig is met de gesecuritiseerde vorderingen alsof deze niet gesecuritiseerd waren.
2. Het belang van de initiator is, met inachtneming van het derde lid, gelijk aan de waarde van de post van het theoretische gedeelte van een in een securitisatie verkochte pool van opgenomen bedragen, waarvan de verhouding tot het bedrag van de totale in het kader van de structuur verkochte pool het gedeelte van de kasstromen bepaalt die worden gegenereerd door de inning van aflossingsbetalingen op de hoofdsom en van rentebetalingen en andere daarmee samenhangende bedragen, die niet beschikbaar zijn om betalingen te verrichten aan de houders van securitisatieposities.
3. Als belang van de initiator kunnen uitsluitend belangen worden aangemerkt, die niet achtergesteld zijn ten opzichte van het belang van de investeerders.
4. Onder het belang van de investeerders, bedoeld in het derde lid, wordt verstaan: de waarde van de post van het theoretische gedeelte van de pool van opgenomen bedragen dat niet onder het tweede lid valt.
5. De vordering van de initiërende financiële onderneming die verband houdt met haar rechten ten aanzien van het belang van de initiator als bedoeld in het tweede lid, wordt niet als een securitisatiepositie aangemerkt maar als een vordering die evenredig is met de gesecuritiseerde vorderingen alsof deze niet gesecuritiseerd waren.
- Citeren als
- Art. 49
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028907
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl