BWBR0028907
Geldig vanaf 31-10-2010
Artikel 61
Regeling securitisaties Wft 2010
1. Financiële ondernemingen die niet optreden als initiator of sponsor of oorspronkelijke kredietverstrekker, stellen formele procedures vast die zijn afgestemd op hun handels- en niet-handelsportefeuille en in verhouding staan tot het risicoprofiel van hun beleggingen in gesecuritiseerde posities, om prestatie-informatie over de onderliggende posities van hun securitisatieposities doorlopend en tijdig te monitoren. Indien relevant, wordt gekeken naar het soort positie, het percentage leningen met meer dan 30, 60 en 90 achterstallige dagen, wanbetalingsgraden, het percentage vervroegde aflossingen, leningen in de executiefase, het soort zekerheid en de bezetting, de frequentieverdeling van de kredietscores of andere maatstaven voor de kredietwaardigheid over de onderliggende posities, de sectorale en geografische spreiding en de frequentieverdeling van de LTV-ratio’s (Loan to Value-ratio’s) met bandbreedtes die een deugdelijke gevoeligheidsanalyse vergemakkelijken. Wanneer de onderliggende posities zelf securitisatieposities vormen, beschikken financiële ondernemingen over informatie met betrekking tot de onderliggende securitisatietranches, zoals de naam en kredietkwaliteit van de emittent, alsmede over informatie met betrekking tot de kenmerken en resultaten van de onderliggende pools van securitisatietranches.
2. Financiële ondernemingen hebben een solide inzicht in alle structurele aspecten van een securitisatietransactie die een significant effect zouden hebben op het resultaat van hun positie in de transactie, zoals de contractuele watervalstructuur en watervalstructuurgerelateerde stimulansen, de kredietverbetering, de liquiditeitsverbetering, reactiemechanismen op basis van de marktwaarde en transactiespecifieke omschrijving van wanbetaling.
3. Wanneer in enig significant opzicht, ingevolge nalatigheid of niet-handelen van de financiële onderneming, niet wordt voldaan aan de vereisten van artikel 60, van het eerste en tweede lid van dit artikel of van artikel 63, legt DNB een evenredig extra risicogewicht op van ten minste 250% van het risicogewicht (met een maximum van 1250%) dat op grond van hoofdstuk 5 zou gelden voor de betrokken securitisatieposities, en verhoogt DNB geleidelijk het risicogewicht bij elke volgende overtreding van deze zorgvuldigheidsregels. Bij het opleggen of verhogen van een extra risicogewicht op grond van dit lid wordt rekening gehouden met de vrijstellingen voor bepaalde securitisaties als bepaald in de artikelen 58 en 59.
2. Financiële ondernemingen hebben een solide inzicht in alle structurele aspecten van een securitisatietransactie die een significant effect zouden hebben op het resultaat van hun positie in de transactie, zoals de contractuele watervalstructuur en watervalstructuurgerelateerde stimulansen, de kredietverbetering, de liquiditeitsverbetering, reactiemechanismen op basis van de marktwaarde en transactiespecifieke omschrijving van wanbetaling.
3. Wanneer in enig significant opzicht, ingevolge nalatigheid of niet-handelen van de financiële onderneming, niet wordt voldaan aan de vereisten van artikel 60, van het eerste en tweede lid van dit artikel of van artikel 63, legt DNB een evenredig extra risicogewicht op van ten minste 250% van het risicogewicht (met een maximum van 1250%) dat op grond van hoofdstuk 5 zou gelden voor de betrokken securitisatieposities, en verhoogt DNB geleidelijk het risicogewicht bij elke volgende overtreding van deze zorgvuldigheidsregels. Bij het opleggen of verhogen van een extra risicogewicht op grond van dit lid wordt rekening gehouden met de vrijstellingen voor bepaalde securitisaties als bepaald in de artikelen 58 en 59.
- Citeren als
- Art. 61
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028907
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl