BWBR0028907
Geldig vanaf 31-10-2010
Artikel 56
Regeling securitisaties Wft 2010
1. Een financiële onderneming die niet optreedt als initiator, sponsor of oorspronkelijke kredietverstrekker, staat alleen bloot aan het kredietrisico van een securitisatiepositie in of buiten de handelsportefeuille, indien de initiator, sponsor of oorspronkelijke kredietverstrekker jegens de financiële onderneming expliciet te kennen heeft gegeven om permanent een materieel netto economisch belang aan te houden dat in elk geval niet minder dan 5% bedraagt.
2. Het netto economisch belang, bedoeld in het eerste lid, wordt gemeten bij het initiëren van een securitisatie en wordt doorlopend gehandhaafd. Er vindt geen kredietrisicolimitering plaats, en er worden geen korte posities ingenomen of andere afdekkingstransacties verricht. Het netto economisch belang wordt bepaald door de nominale waarde voor posten buiten de balanstelling.
3. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder aanhouden van een netto economisch belang verstaan:
a. het aanhouden van niet minder dan 5% van de nominale waarde van elk van de tranches die aan de beleggers zijn verkocht of overgedragen;
b. in het geval van securitisaties van revolverende posities, het aanhouden van een initiatorbelang van niet minder dan 5% van de nominale waarde van de gesecuritiseerde positie;
c. het aanhouden van willekeurig gekozen posities die niet minder dan 5% vertegenwoordigen van het nominale bedrag van de gesecuritiseerde posities, indien deze anders in de securitisatie zouden zijn betrokken, mits het aantal potentieel gesecuritiseerde posities bij het initiëren niet minder dan 100 bedraagt, of
d. het aanhouden van de eerste verliestranche en, indien nodig, andere tranches met hetzelfde of een hoger risicoprofiel die geen vroegere vervaldag hebben dan die welke aan beleggers zijn overgedragen of verkocht, zodat de aangehouden waarde in totaal niet minder is dan 5% van de nominale waarde van de gesecuritiseerde posities.
4. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder doorlopend verstaan dat bij de aangehouden posten, rente en posities geen afdekking of verkoop plaatsvindt.
5. Er is geen meervoudige toepassing van de vereisten voor het aanhouden voor een securitisatie.
2. Het netto economisch belang, bedoeld in het eerste lid, wordt gemeten bij het initiëren van een securitisatie en wordt doorlopend gehandhaafd. Er vindt geen kredietrisicolimitering plaats, en er worden geen korte posities ingenomen of andere afdekkingstransacties verricht. Het netto economisch belang wordt bepaald door de nominale waarde voor posten buiten de balanstelling.
3. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder aanhouden van een netto economisch belang verstaan:
a. het aanhouden van niet minder dan 5% van de nominale waarde van elk van de tranches die aan de beleggers zijn verkocht of overgedragen;
b. in het geval van securitisaties van revolverende posities, het aanhouden van een initiatorbelang van niet minder dan 5% van de nominale waarde van de gesecuritiseerde positie;
c. het aanhouden van willekeurig gekozen posities die niet minder dan 5% vertegenwoordigen van het nominale bedrag van de gesecuritiseerde posities, indien deze anders in de securitisatie zouden zijn betrokken, mits het aantal potentieel gesecuritiseerde posities bij het initiëren niet minder dan 100 bedraagt, of
d. het aanhouden van de eerste verliestranche en, indien nodig, andere tranches met hetzelfde of een hoger risicoprofiel die geen vroegere vervaldag hebben dan die welke aan beleggers zijn overgedragen of verkocht, zodat de aangehouden waarde in totaal niet minder is dan 5% van de nominale waarde van de gesecuritiseerde posities.
4. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder doorlopend verstaan dat bij de aangehouden posten, rente en posities geen afdekking of verkoop plaatsvindt.
5. Er is geen meervoudige toepassing van de vereisten voor het aanhouden voor een securitisatie.
- Citeren als
- Art. 56
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028907
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl