BWBR0028907
Geldig vanaf 31-12-2011
Artikel 36
Regeling securitisaties Wft 2010
1. Onverminderd het bepaalde in artikel 39 is, in het kader van de benadering met toezichthoudersformule, het risicogewicht dat overeenkomstig het tweede lid is berekend niet lager dan 20% voor een hersecuritisatiepositie en niet lager dan 7% voor overige securitisatieposities.
2. Onverminderd het bepaalde in artikel 39, is het risicogewicht dat op de securitisatiepositie wordt toegepast het risicogewicht dat wordt verkregen door berekening volgens de toezichthoudersformule, bedoeld in onderdeel A van bijlage 1 (Toezichthoudersformule).
3. Indien de waarde van de grootste gesecuritiseerde vordering niet meer dan 3% van de som van de waarde van de gesecuritiseerde vorderingen bedraagt, kan de financiële onderneming in het kader van de benadering met toezichthoudersformule, bedoeld in het tweede lid, gebruik maken van de vereenvoudigde input, bedoeld in onderdeel B van bijlage 1 (Vereenvoudigde input).
4. Een financiële onderneming kan op securitisaties van vorderingen op particulieren of op kleine partijen de benadering met toezichthoudersformule toepassen met gebruikmaking van de vereenvoudigingen h = 0 en v = 0, indien het effectieve aantal vorderingen, bedoeld in artikel 30, vierde lid, meer bedraagt dan 500, of indien de financiële onderneming zich ervan vergewist dat het toepassen van de vereenvoudigingen geen materiële wijziging van de vereiste minimumomvang van het toetsingsvermogen tot gevolg heeft.
5. Kredietrisicovermindering ten aanzien van securitisatieposities kan overeenkomstig de artikelen 40, 41, 43 en 44 worden erkend.
2. Onverminderd het bepaalde in artikel 39, is het risicogewicht dat op de securitisatiepositie wordt toegepast het risicogewicht dat wordt verkregen door berekening volgens de toezichthoudersformule, bedoeld in onderdeel A van bijlage 1 (Toezichthoudersformule).
3. Indien de waarde van de grootste gesecuritiseerde vordering niet meer dan 3% van de som van de waarde van de gesecuritiseerde vorderingen bedraagt, kan de financiële onderneming in het kader van de benadering met toezichthoudersformule, bedoeld in het tweede lid, gebruik maken van de vereenvoudigde input, bedoeld in onderdeel B van bijlage 1 (Vereenvoudigde input).
4. Een financiële onderneming kan op securitisaties van vorderingen op particulieren of op kleine partijen de benadering met toezichthoudersformule toepassen met gebruikmaking van de vereenvoudigingen h = 0 en v = 0, indien het effectieve aantal vorderingen, bedoeld in artikel 30, vierde lid, meer bedraagt dan 500, of indien de financiële onderneming zich ervan vergewist dat het toepassen van de vereenvoudigingen geen materiële wijziging van de vereiste minimumomvang van het toetsingsvermogen tot gevolg heeft.
5. Kredietrisicovermindering ten aanzien van securitisatieposities kan overeenkomstig de artikelen 40, 41, 43 en 44 worden erkend.
- Citeren als
- Art. 36
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028907
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl