BWBR0027929
Geldig vanaf 2021-12-01
Artikel 7j
Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet
1. Dit artikel is van toepassing op door de raad bij bestemmingsplan aan te wijzen locaties binnen de gemeenten:
a. Heerhugowaard;
b. Hoorn;
c. Koggenland;
d. Leeuwarden;
e. Ooststellingwerf;
f. Weststellingwerf;
g. Peel en Maas.
2. In aanvulling op artikel 3, van Bijlage II, van het Besluit omgevingsrechtis binnen de bij bestemmingsplan aangewezen locaties gedurende een periode van dertig jaar na inwerkingtreding van dat plan geen omgevingsvergunning vereist voor een activiteit, die betrekking heeft op een collector voor warmteopwekking of een paneel voor elektriciteitsopwekking op de grond of op een op de grond staand bouwwerk, mits het bouwwerk, waarop de collectoren of panelen worden geplaatst, voldoet aan de volgende eisen:
1°. de bouwhoogte van het bouwwerk niet hoger is dan vijf meter;
2°. het bouwwerk niet voorzien is van een niet op de grond gelegen buitenruimte.
3. In aanvulling op artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordeningkunnen voor die aan te wijzen locaties in het bestemmingsplan regels worden gesteld met betrekking tot het uiterlijk van de in het eerste lid bedoelde bouwwerken en beleidsregels worden opgenomen die betrekking hebben op redelijke eisen van welstand als bedoeld in hoofdstuk II, afdeling 3, van de Woningwet. In afwijking van artikel 12b van de Woningwetwordt het advies van de welstandscommissie dan wel de stadsbouwmeester mede gebaseerd op de criteria, die zijn opgenomen in het bestemmingsplan.
4. In afwijking van artikel 3.1, tweede lid, van de Wet ruimtelijke ordeningwordt de bestemming van gronden voor de aan te wijzen locaties, met inbegrip van de met het oog daarop gestelde regels, binnen een periode van dertig jaar opnieuw vastgesteld.
5. In afwijking van artikel 3.2 van de Wet ruimtelijke ordeninggeldt een voorlopige bestemming voor de aan te wijzen locaties voor de duur van ten hoogste dertig jaar.
6. Van de in dit artikel bedoelde bevoegdheid tot het bij bestemmingsplan aanwijzen van locaties kan tot 1 januari 2026 gebruik worden gemaakt mits het ontwerp van het bestemmingsplan ter inzage is gelegd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
a. Heerhugowaard;
b. Hoorn;
c. Koggenland;
d. Leeuwarden;
e. Ooststellingwerf;
f. Weststellingwerf;
g. Peel en Maas.
2. In aanvulling op artikel 3, van Bijlage II, van het Besluit omgevingsrechtis binnen de bij bestemmingsplan aangewezen locaties gedurende een periode van dertig jaar na inwerkingtreding van dat plan geen omgevingsvergunning vereist voor een activiteit, die betrekking heeft op een collector voor warmteopwekking of een paneel voor elektriciteitsopwekking op de grond of op een op de grond staand bouwwerk, mits het bouwwerk, waarop de collectoren of panelen worden geplaatst, voldoet aan de volgende eisen:
1°. de bouwhoogte van het bouwwerk niet hoger is dan vijf meter;
2°. het bouwwerk niet voorzien is van een niet op de grond gelegen buitenruimte.
3. In aanvulling op artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordeningkunnen voor die aan te wijzen locaties in het bestemmingsplan regels worden gesteld met betrekking tot het uiterlijk van de in het eerste lid bedoelde bouwwerken en beleidsregels worden opgenomen die betrekking hebben op redelijke eisen van welstand als bedoeld in hoofdstuk II, afdeling 3, van de Woningwet. In afwijking van artikel 12b van de Woningwetwordt het advies van de welstandscommissie dan wel de stadsbouwmeester mede gebaseerd op de criteria, die zijn opgenomen in het bestemmingsplan.
4. In afwijking van artikel 3.1, tweede lid, van de Wet ruimtelijke ordeningwordt de bestemming van gronden voor de aan te wijzen locaties, met inbegrip van de met het oog daarop gestelde regels, binnen een periode van dertig jaar opnieuw vastgesteld.
5. In afwijking van artikel 3.2 van de Wet ruimtelijke ordeninggeldt een voorlopige bestemming voor de aan te wijzen locaties voor de duur van ten hoogste dertig jaar.
6. Van de in dit artikel bedoelde bevoegdheid tot het bij bestemmingsplan aanwijzen van locaties kan tot 1 januari 2026 gebruik worden gemaakt mits het ontwerp van het bestemmingsplan ter inzage is gelegd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.