BWBR0027929
Geldig vanaf 2021-12-01
Artikel 3
Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet
1. Dit artikel is van toepassing op door burgemeester en wethouders aangewezen bedrijventerreinen binnen het grondgebied van de gemeenten:
a. Amersfoort;
b. Houten;
c. Leusden;
d. Nieuwegein;
e. Nijmegen;
f. Utrecht, en
g. Woerden.
2. De aanwijzing van de bedrijventerreinen vindt plaats uiterlijk op 25 oktober 2012.
3. Het verbod, gesteld in artikel 2.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrechtgeldt tot 25 oktober 2022 niet voor het bouwen van een miniwindturbine. Bij het bouwen van een miniwindturbine wordt het bepaalde krachtens artikel 2.6, tweede lid, van de wetin acht genomen.
4. Behoudens in gevallen waarin sprake is van een inrichting type B als bedoeld in artikel 1.2 van het Activiteitenbesluit milieubeheer, kan tot 25 oktober 2022 worden afgeweken van paragraaf 3.2.3 van het Activiteitenbesluit milieubeheervoor het in werking hebben van een miniwindturbine op de inrichting of op het terrein behorende bij de inrichting.
5. De geluidbelasting door miniwindturbines op de dichtstbijzijnde gevel van een geluidgevoelige bestemming is niet groter dan 47 db L den, te bepalen overeenkomstig bij ministeriële regeling te stellen regels.
a. Amersfoort;
b. Houten;
c. Leusden;
d. Nieuwegein;
e. Nijmegen;
f. Utrecht, en
g. Woerden.
2. De aanwijzing van de bedrijventerreinen vindt plaats uiterlijk op 25 oktober 2012.
3. Het verbod, gesteld in artikel 2.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrechtgeldt tot 25 oktober 2022 niet voor het bouwen van een miniwindturbine. Bij het bouwen van een miniwindturbine wordt het bepaalde krachtens artikel 2.6, tweede lid, van de wetin acht genomen.
4. Behoudens in gevallen waarin sprake is van een inrichting type B als bedoeld in artikel 1.2 van het Activiteitenbesluit milieubeheer, kan tot 25 oktober 2022 worden afgeweken van paragraaf 3.2.3 van het Activiteitenbesluit milieubeheervoor het in werking hebben van een miniwindturbine op de inrichting of op het terrein behorende bij de inrichting.
5. De geluidbelasting door miniwindturbines op de dichtstbijzijnde gevel van een geluidgevoelige bestemming is niet groter dan 47 db L den, te bepalen overeenkomstig bij ministeriële regeling te stellen regels.