BWBR0027929
Geldig vanaf 2021-12-01
Artikel 6g
Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet
1. Dit artikel is tot de inwerkingtreding van de Omgevingswetvan toepassing op de gemeenten Almere, Delft, Eindhoven, Haarlem, Haarlemmermeer, Hoogeveen, Hulst, Schijndel en Zoetermeer.
2. Artikel 2.10, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrechtis niet van toepassing, indien een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van die wetbetrekking heeft op:
a. een op de grond staand bijbehorend bouwwerk als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht, mits niet hoger dan 5 meter;
b. een dakkapel;
c. een dakraam, daklicht, lichtstraat of soortgelijke daglichtvoorziening in een dak;
d. een collector voor warmteopwekking of een paneel voor elektriciteitsopwekking;
e. een kozijn, kozijninvulling of gevelpaneel;
f. een zonwering, rolhek, luik of rolluik aan of in een gebouw;
g. tuinmeubilair;
h. een sport- of speeltoestel voor uitsluitend particulier gebruik, mits uitsluitend functionerend met behulp van de zwaartekracht of de fysieke kracht van de mens;
i. een erf- of perceelafscheiding;
j. een vlaggenmast.
3. Op een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in het tweede lid is artikel 2.2 van de Regeling omgevingsrechtniet van toepassing.
4. In de gemeente Haarlemmermeer geldt het verbod, gesteld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, niet voor aanvragen om een omgevingsvergunning als bedoeld in het tweede lid, aanhef en onder a tot en met j.
5. Het vierde lid is niet van toepassing op het bouwen van een bouwwerk in, aan, op of bij:
a. een rijksmonument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet;
b. een monument of archeologisch monument waarop artikel 9.1, eerste lid, onder b, van de Erfgoedwet van toepassing is;
c. een krachtens een provinciale of gemeentelijke verordening aangewezen monument dan wel een monument waarop, voordat het is aangewezen, een zodanige verordening van overeenkomstige toepassing is; of
d. beschermde stads- en dorpsgezichten als bedoeld in artikel 35 van de Monumentenwet 1988.
2. Artikel 2.10, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrechtis niet van toepassing, indien een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van die wetbetrekking heeft op:
a. een op de grond staand bijbehorend bouwwerk als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht, mits niet hoger dan 5 meter;
b. een dakkapel;
c. een dakraam, daklicht, lichtstraat of soortgelijke daglichtvoorziening in een dak;
d. een collector voor warmteopwekking of een paneel voor elektriciteitsopwekking;
e. een kozijn, kozijninvulling of gevelpaneel;
f. een zonwering, rolhek, luik of rolluik aan of in een gebouw;
g. tuinmeubilair;
h. een sport- of speeltoestel voor uitsluitend particulier gebruik, mits uitsluitend functionerend met behulp van de zwaartekracht of de fysieke kracht van de mens;
i. een erf- of perceelafscheiding;
j. een vlaggenmast.
3. Op een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in het tweede lid is artikel 2.2 van de Regeling omgevingsrechtniet van toepassing.
4. In de gemeente Haarlemmermeer geldt het verbod, gesteld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, niet voor aanvragen om een omgevingsvergunning als bedoeld in het tweede lid, aanhef en onder a tot en met j.
5. Het vierde lid is niet van toepassing op het bouwen van een bouwwerk in, aan, op of bij:
a. een rijksmonument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet;
b. een monument of archeologisch monument waarop artikel 9.1, eerste lid, onder b, van de Erfgoedwet van toepassing is;
c. een krachtens een provinciale of gemeentelijke verordening aangewezen monument dan wel een monument waarop, voordat het is aangewezen, een zodanige verordening van overeenkomstige toepassing is; of
d. beschermde stads- en dorpsgezichten als bedoeld in artikel 35 van de Monumentenwet 1988.