BWBR0027929
Geldig vanaf 2021-12-01
Artikel 7ag
Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet
1. In dit artikel wordt verstaan onder kookgasaansluiting: aansluiting als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder m, van de Gaswetwaarbij de onroerende zaak ook een aansluiting heeft op een warmtenet als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Warmtewetdat kan voorzien in de verwachte warmtebehoefte.
2. In afwijking van artikel 62 van de Gasweten in aanvulling op artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordeningkunnen in een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte gebieden worden aangewezen waarbinnen het verboden is te beschikken over een kookgasaansluiting vanaf een in dat bestemmingsplan gestelde datum.
3. Op de dag volgend op de in het bestemmingsplan gestelde datum, bedoeld in het tweede lid, wordt degene die over een kookgasaansluiting beschikt geacht de netbeheerder te hebben verzocht om beëindiging van die aansluiting.
4. Het tweede lid kan uitsluitend worden toegepast, indien:
a. de bestaande gastransportleidingen om veiligheidsredenen aan vervanging toe zijn;
b. de onroerende zaken zijn aangesloten op een warmtenet als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Warmtewet dat kan voorzien in de verwachte warmtebehoefte; en
c. het college van burgemeester en wethouders het gebied, bedoeld in het tweede lid, heeft aangewezen als een gebied in de zin van artikel 10, zevende lid, onder b, van de Gaswet.
5. Artikel 7c, negende lid, onder a, onder 2°, is niet van toepassing.
6. Indien gebruik wordt gemaakt van de bevoegdheid, bedoeld in het tweede lid, zijn de artikelen 3.2.1, 3.2.2en 3.2.3 van het Besluit ruimtelijke ordeningniet van toepassing.
7. Dit artikel is van toepassing op het plangebied Overvecht-Noord in de gemeente Utrecht, zoals aangegeven op de kaart in bijlage 185.
2. In afwijking van artikel 62 van de Gasweten in aanvulling op artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordeningkunnen in een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte gebieden worden aangewezen waarbinnen het verboden is te beschikken over een kookgasaansluiting vanaf een in dat bestemmingsplan gestelde datum.
3. Op de dag volgend op de in het bestemmingsplan gestelde datum, bedoeld in het tweede lid, wordt degene die over een kookgasaansluiting beschikt geacht de netbeheerder te hebben verzocht om beëindiging van die aansluiting.
4. Het tweede lid kan uitsluitend worden toegepast, indien:
a. de bestaande gastransportleidingen om veiligheidsredenen aan vervanging toe zijn;
b. de onroerende zaken zijn aangesloten op een warmtenet als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Warmtewet dat kan voorzien in de verwachte warmtebehoefte; en
c. het college van burgemeester en wethouders het gebied, bedoeld in het tweede lid, heeft aangewezen als een gebied in de zin van artikel 10, zevende lid, onder b, van de Gaswet.
5. Artikel 7c, negende lid, onder a, onder 2°, is niet van toepassing.
6. Indien gebruik wordt gemaakt van de bevoegdheid, bedoeld in het tweede lid, zijn de artikelen 3.2.1, 3.2.2en 3.2.3 van het Besluit ruimtelijke ordeningniet van toepassing.
7. Dit artikel is van toepassing op het plangebied Overvecht-Noord in de gemeente Utrecht, zoals aangegeven op de kaart in bijlage 185.