BWBR0025605
Geldig vanaf 2024-09-13
Artikel 6f
Regeling periodieke registratie Wet BIG
1. Voor het beroep van physician assistant gelden de volgende kerncompetenties en kernvaardigheden:
a. het onderzoeken en beoordelen van een patiënt en het op basis van de verkregen gegevens stellen van een diagnose en het opstellen van een behandelplan;
b. het uitvoeren van het behandelplan en het daartoe verrichten van gangbare medische handelingen;
c. het stellen van indicaties en het herkennen van complicaties van medische handelingen en verrichtingen en het daarop anticiperen;
d. het verwijzen naar, consulteren van en samenwerken met artsen en met andere gezondheidszorgmedewerkers;
e. het geven van advies, voorlichting en het verlenen van preventieve zorg.
2. Het in het eerste lid, onderdeel a, b en c genoemde kerncompetenties en kernvaardigheden zijn zodanig ingericht dat de physician assistant in staat is bij beperkt complexe zorgvragen een probleemanalyse te maken, een differentiaal diagnose op te stellen, een diagnostisch plan op te stellen en uit te voeren en op basis van de verkregen gegevens een diagnose te stellen binnen eigen deskundigheidsgebied. Ook is de physician assistant in staat tot het verrichten van handelingen waartoe de physician assistant op grond van artikel 36 van de Wet BIGbevoegd is. En is de physician assistant in staat tot het verlenen van spoedeisende hulp, het bewaken van vitale lichaamsfuncties en waar nodig het treffen van maatregelen ter herstel daarvan.
3. Het in het eerste lid, onderdeel d, genoemde kerncompetenties en kernvaardigheden worden zo uitgevoerd dat de physician assistant in staat is om op grond van de resultaten van onderzoek en bevindingen, bij problemen en risico’s bij de patiënt te verwijzen naar, consulteren van en met artsen en andere gezondheidszorgmedewerkers en paramedici samen te werken.
4. Het in het eerste lid, onderdeel e, genoemde kerncompetenties en kernvaardigheden worden zo uitgevoerd dat de physician assistant in staat is een plan voor begeleiding op te stellen gericht op advies, voorlichting en verlenen van preventieve zorg.
5. De kerncompetenties en kernvaardigheden, genoemd in het eerste lid, richten zich op vraagstukken rondom gezondheid en ziekte, bedoeld in artikel 5 van het opleidingseisen en deskundigheidsgebied physician assistant.
6. Bij de uitvoering van de in het eerste lid genoemde kerncompetenties en kernvaardigheden:
a. integreert de physician assistant zijn medisch kennis en vaardigheden op het gebied van het leveren van communicatie, samenwerken, organiseren en het leveren van curatieve en preventieve zorg.
b. betrekt de physician assistant in zijn rol als medisch deskundige waar mogelijk het beschikbare wetenschappelijke bewijs en overlegt met collega (samenwerkende arts) teneinde evidence based behandeling te bieden;
c. handelt de physician assistant conform de geldende medische en ethische standaarden, richtlijnen en binnen de grenzen van de eigen deskundigheid; en
d. betrekt de physician assistant de persoonlijke omstandigheden en voorkeuren van de cliënt en houdt de physician assistant rekening met de fysieke en emotionele belastbaarheid van de cliënt.
a. het onderzoeken en beoordelen van een patiënt en het op basis van de verkregen gegevens stellen van een diagnose en het opstellen van een behandelplan;
b. het uitvoeren van het behandelplan en het daartoe verrichten van gangbare medische handelingen;
c. het stellen van indicaties en het herkennen van complicaties van medische handelingen en verrichtingen en het daarop anticiperen;
d. het verwijzen naar, consulteren van en samenwerken met artsen en met andere gezondheidszorgmedewerkers;
e. het geven van advies, voorlichting en het verlenen van preventieve zorg.
2. Het in het eerste lid, onderdeel a, b en c genoemde kerncompetenties en kernvaardigheden zijn zodanig ingericht dat de physician assistant in staat is bij beperkt complexe zorgvragen een probleemanalyse te maken, een differentiaal diagnose op te stellen, een diagnostisch plan op te stellen en uit te voeren en op basis van de verkregen gegevens een diagnose te stellen binnen eigen deskundigheidsgebied. Ook is de physician assistant in staat tot het verrichten van handelingen waartoe de physician assistant op grond van artikel 36 van de Wet BIGbevoegd is. En is de physician assistant in staat tot het verlenen van spoedeisende hulp, het bewaken van vitale lichaamsfuncties en waar nodig het treffen van maatregelen ter herstel daarvan.
3. Het in het eerste lid, onderdeel d, genoemde kerncompetenties en kernvaardigheden worden zo uitgevoerd dat de physician assistant in staat is om op grond van de resultaten van onderzoek en bevindingen, bij problemen en risico’s bij de patiënt te verwijzen naar, consulteren van en met artsen en andere gezondheidszorgmedewerkers en paramedici samen te werken.
4. Het in het eerste lid, onderdeel e, genoemde kerncompetenties en kernvaardigheden worden zo uitgevoerd dat de physician assistant in staat is een plan voor begeleiding op te stellen gericht op advies, voorlichting en verlenen van preventieve zorg.
5. De kerncompetenties en kernvaardigheden, genoemd in het eerste lid, richten zich op vraagstukken rondom gezondheid en ziekte, bedoeld in artikel 5 van het opleidingseisen en deskundigheidsgebied physician assistant.
6. Bij de uitvoering van de in het eerste lid genoemde kerncompetenties en kernvaardigheden:
a. integreert de physician assistant zijn medisch kennis en vaardigheden op het gebied van het leveren van communicatie, samenwerken, organiseren en het leveren van curatieve en preventieve zorg.
b. betrekt de physician assistant in zijn rol als medisch deskundige waar mogelijk het beschikbare wetenschappelijke bewijs en overlegt met collega (samenwerkende arts) teneinde evidence based behandeling te bieden;
c. handelt de physician assistant conform de geldende medische en ethische standaarden, richtlijnen en binnen de grenzen van de eigen deskundigheid; en
d. betrekt de physician assistant de persoonlijke omstandigheden en voorkeuren van de cliënt en houdt de physician assistant rekening met de fysieke en emotionele belastbaarheid van de cliënt.